Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

83% der jongens en 22 °/0 der meisjes zeggen dat de vader het meeste recht op den hond had en gronden hun oordeel op twee feiten:

1. De vader had den hond betaald.

2. De vader, die zooveel ouder was, zou zeker de zaak beter weten te beslissen dan Jamie of het kleine meisje. In deze klasse vinden we die kinderen, die wijsheid als het attribuut van hoogeren leeftijd en meer ondervinding beschouwen.

Een derde groep van kinderen — bestaande uit 10% jongens en 6 % meisjes — tracht te bewijzen, dat Jamie het meeste recht op den hond had. Hij was voor hem gekocht. De vader had niet het recht hem weer weg te nemen. Het is eigenaardig dat het de oudere kinderen zijn, die op dit standpunt staan. Maar het medegevoel der kinderen voor den mishandelden hond leidde toch het meerendeel van hen tot de overtuiging, dat Jamie zijn recht door zijn nalatigheid had verbeurd.

Het volgende verhaal werd aan 567 jongens en een gelijk aantal meisjes gedicteerd:

„De vader van Hattie Smith was zeer rijk en kocht haar allerlei mooie dingen. Toen Hattie 9 jaar was kwam zij bij haar tante Marie te wonen, die zeer goed voor arme menschen was. Op zekeren dag, toen Hattie op school was, gaf tante een arm meisje haren ouden hoed. Toen Hattie thuis kwam vroeg ze: „Waarom hebt U mijn hoed weggegeven? Het was mijn hoed, Papa heeft hem mij gegeven." Haar tante zeide, dat Papa een mooien, nieuwen hoed voor haar had gezonden. Maar Hattie was boos en zeide, dat zij den nieuwen hoed niet wilde dragen. Maar den volgenden dag moest zij den nieuwen hoed opzetten en zij kwam naast het meisje te zitten, dat

Sluiten