Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grippen van rechtvaardigheid. Nu is het niet moeilijk in het kind een nieuwen, lijnrecht tegenover den ouden staanden zedelijken maatstaf te ontwikkelen; het komt den schrijver voor, dat de hoofdwaarde van deze methode van onderzoeking der kinderlijke natuur met betiekking tot de schooltucht, in het volgende ligt - in het vaststellen van het standpunt van het kind en de basis van zijn geloof in het al of niet rechtvaardige van een handeling, opdat de onderwijzer kunne zien, op welk punt hij moet ingrijpen om de kinderen tot zuiverder zedelijke

begrippen te brengen.

Het onderzoek schijnt echter te wijzen op tendenzen, die naar de meening van den schrijver aan alle kinderen

meer of minder eigen zijn.

1. Dat jongens minder geneigd zijn den overtreder aan

te geven dan meisjes.

2. Dat jongere kinderen het eerder doen dan oudere.

3. Dat het ik bij de jongens sterker is ontwikkeld

dan bij de meisjes.

4. Dat jongens er meer toe overhellen dan meisjes den

boosdoener tegen de wet in bescherming te nemen.

5. Het gebrek aan bereidwilligheid om die inlichtingen te verstrekken, die een makker tot schuldige stempelt, berust op een sociaal esprit de corps en hoe onlogisch deze ook moge zijn, alle pogingen van den onderwijzer dezen met geweld te bestrijden zijn klaarblijkelijk onverstandig. Men kan de ondeugden gewoonlijk wel op andere wijzen opsporen. Maar de onderwijzer dient er voor te zorgen, dat de kinderen een ander begrip van eer krijgen en dat zich in iedere school een esprit de corps ontwikkelt, die de medewerking van ieder lid aan de handhaving van wet en orde waarborgt.

Sluiten