Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van onderricht door de ouders, verklaart grootendeels de vreesgevoelens, die we onder de „mechanische oorzaken" gerangschikt hebben. Onder de in de lijst niet gespecificeerde bevonden zich: hamers, messen, scheermessen, lifts, electrische batterijen en allerlei soorten van vuurwerk.

De vrees voor het bovennatuurlijke — vooral voor geesten — wordt meestal overgebracht door makkers en speelkameraden. Werkelijk wordt deze bron aangegeven door meer dan 63 °/0 der kinderen, die een verklaring trachten te geven, waarom zij bang zijn voor geesten. Bij de jongste kinderen is geen spoor van deze vrees aanwezig; ze treedt eerst op met het tiende jaar en neemt toe tot het veertiende, wanneer de curve begint te dalen. De karakteristieke kenteekenen dezer groep van vreesaanjagende zaken waren buitengewoon interessant. Vele kinderen beschreven den geest, deelden mede hoe zij dachten dat hij er uitzag, gaven zijne woonplaats aan, het kwaad, dat hij hun kon doen, enz. 36°/0 der kinderen geloofden dat de geest in het wit gekleed was, 9°/0 in het zwart, 13 °/0 spreken van lange armen en vingers en 10°/0 zeggen, dat hij er uitzag als de dooden. 41% der kinderen geloofden dat de geest op het kerkhof' woonde, 10 °/0 in spookhuizen, 9°/0 in leege huizen, 10 °/0 in bosschen, 8 °/0 in de lucht en 5 °/0 onder de trap. 28 % deikinderen zeggen dat ze meenden dat de geest hen wilde meenemen, 5% dat hij ze wilde doodmaken, 12% dat hij ze wilde pakken en 9% dat hij ze slechts wilde bang maken. (53 u/0 der kinderen verklaren dat ze door makkers en kameraden met de spokenvrees besmet werden, 9 °/0 vertellen van het lezen van spookgeschiedenissen, 5 °/0 noemen ouders en familieleden en de rest weet geen reden op te geven voor zijn geloof aan spoken.

Sluiten