Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spraak met de beginselen van humaniteit, die wij in onze dagen overigens als regeeringsprincipes hooghouden. Dezen meeprater in koloniale aangelegenheden kan niet genoeg worden ingeprent, dat verloochening onzer verplichtingen als beschaafde mogendheid, hier volstrekt niet aan het woord behoeft te zijn. Dat integendeel èn uit een nationaal oogpunt èn uit een internationaal én ter wille der geadministreerden zeiven een krachtdadig handhaven van ons gezag gebiedend noodig kan zijn. Meerendeels hebben wij hier te doen met volksstammen, aan wie het zich schikken naar de rechten van anderen en het aflaten van aanslagen en inbreuken op anders goed en leven niet dan met de wapenen in de hand kan worden bijgebracht. Schrijver dezes zag zich b.v. gedurende verscheidene jaren in zijn taak als rechter belemmerd door de barbaarsehe gezagvoering door de thans gelukkig van hunnen troon beroofde vorsten van Gowa over het aan ons gebied grenzend rijkje. Een kanker voor hunne onderdanen waren zij, een voortdurende uitterging en belemmering voor ons, in naam suzerein. Zij maakten het wellicht niet bonter dan eenige andere Oostersche potentaat, maar het ongeluk voor hen wilde, dat zij meer dan anderen in botsing kwamen met ons gezag en de jammerlijke toestand, waarin hun scepter het domein liet, zich ook aan het gebied der naburen meedeelde en hier zoodoende onduldbaar werd. Het was uit eigen belang, maar tevens in dat der menschheid, dat wij hier en elders met geweld optraden! Het is geenszins onze bedoeling — het hier op den voorgrond gestelde zou er wellicht een oogenblik aan doen gelooven, maar men zoude ons dan misverstaan! — te beweren, dat alle bezit van koloniën uit den booze zoude zijn en wij ons van iedere inmenging in de zaken van deze vaak geheel of half-wilden zouden behooren te onthouden. Door op den voorgrond te stellen, dat in een verre toekomst de overheersching een grievend onrecht zoude worden en wel zoodra het onderworpen land zeer goed zijn taak zelf zou kunnen vervullen, ook met het oog op zijne positie als onderdeel der groote algemeene menschengemeenschap, die tot internationale betrekkingen leidt, — ontkennen wij nog niet het recht van bestaan van een overgangstoestand [die verscheidene eeuwen kan duren], waarin de overheerscher, zij het met eene belangrijk gewijzigde bedoeling, dan de aanvankelijke, zich meester voelt en meester toont over een uitgebreid gebied door halfbeschaafde en

Sluiten