Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I. DE CHINEEZEN IN ONZEN OOST.

Wij, Hollanders verkeeren in een eigenaardig geval. Onze plaats in de rij der natiën is wel zeer bijzonder. Dit valt vooral op, als men, na een langdurig verblijf, ver van den geboortegrond, deze opnieuw betreedt en menschen en dingen toetst aan de ervaring ginds opgedaan; nadat men ze van uit de verte, over eene lange periode, heeft mogen beschouwen, van een afstand, noodig om het geheel te overzien.

Ongetwijfeld is de reactie, die op onze gouden dagen moest volgen, omdat zij op tijdelijk fortuin steunden en niet voor de toekomst wisten te zorgen, nog altijd niet geheel uitgeleefd. Dit verleden is onze veelbezongen glorie. Toch was het ons niet in elk opzicht ten zegen. De stijging tot een volk van beteekenis bereikte eenmaal haar hoogste punt en al zou het onjuist zijn te beweren, dat wij sinds dien dalende zijn geweest, en thans nog dalende zijn — er wordt een haast bovenmenschelijke inspanning gevorderd om een nieuw leven te doen groeien uit een verleden, dat opkomst, bloei en verval heeft gezien, als een levend organisme. Op het eerste gezicht is het zelfs,

Sluiten