Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

massa harer onderdanen opvat als eene bedreiging tegen de (ook in China niet-Chineesché) overheid. Aan het pas verschenen werk van Putnam Weale: „The Coming Struggle in Eastern Asia" (London, Mac Millan & Co. Ld. 1908), ontleenen wij de volgende belangrijke Keizerlijke Decreten, door de Chineesche Regeering op 1 en 2 September 1906 gegeven, waaruit blijkt, dat zij, naar het voorbeeld van vele Europeesche dynastiën, die zich voelden wankelen op den troon, den stormloop der ontwaakte millioenen ducht en hen door het vooruitzicht op eene vertegenwoordiging bij voorbaat tracht te bevredigen. Merkwaardig en éénig in de Chineesche historie als deze maatregel mag heeten, geven wij deze manifesten vertaald weer. Ieder, die met Indische toestanden vertrouwd is, zal zich zoodoende in staat zien gesteld, voor zichzelf' na te gaan, in hoever de toestanden in China, hier bedoeld, op die in onzen Oost gelijken. Dat ook de Chineesche Regeering heil zoekt voor hare angsten in eene Commissie kan ons niet bovenmatig verbazen en dat deze Commissie uitsluitend uit ambtenaren is samengesteld evenmin. Maar treffender overeenstemming tusschen Chineesche en Indische toestanden vinden wij in het ook in China gewraakt gebrek aan voeling tusschen bevolking en ambtenaren.

Inderdaad is de weerga van een isolement der agenten der Regeering van de geadministreerden, zooals het zich in de betrekking tusschen overheid en Chineesche samenleving in Ned.-Indië openbaart, moeilijk te vinden. In China heeft men tenminste nog met rasgenooten te doen — hier zijn controleurs en

Sluiten