Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid toekende en dien dienst brutaal-weg celebreerde, werd van stonde af, nu hij het oppergezag reeds feitelijk in handen had, in aller oogen de wettige keizer. Analoge opvattingen huldigen vele Oostersche volken, bij wie het bezit der regalia als goed recht voor de uitoefening van het gezag geldt, ook al werden zij ten koste van een ouder en beter recht bemachtigd.

Ten slotte — alvorens tot onze historische schets over te gaan — moge hier nog een opmerking hare plaats vinden. De termen „Chinees" en „China" zijn bij de bewoners van „het Rijk van het Midden" zeiven niet bekend, tenzij bij de zeer enkelen onder hen, die met een westersche taal vertrouwd zijn en bij de Chineesche ingezetenen van N.-I. Volgens een oud Chineesch gebruik ontving het volk den naam van de regeerende dynastie. De Chineezen zouden dus even vaak als hunne dynastie veranderde, een anderen naam hebben moeten ontvangen. Onder de dynastiën Hia, Chang, Tcheou en Han, de vier eersten, is dit dan ook geregeld gebeurd. Maar het is bij de benaming „Zonen van Han" gebleven, voorzoover N. China aangaat, terwijl in Midden-China de naam „Zonen van Tang" de laatste van dezen aard is geweest (naar de dusgenaamde dynastie in den zevenden eeuw na Christus).

De naam „China", thans in de geheele wereld — buiten China — gebruikelijk, schijnt afkomstig van de Maleiers, die met de Chineezen van Midden-China in aanraking kwamen, terwijl zij zich „Zonen van Thsing" noemden, naar de dynastie in den 3en eeuw vóór Christus. De Maleiers zouden hiervan hebben gemaakt „Tjina" en de Portugeezen, op hun voorbeeld, „China".

Sluiten