Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deeling van den buit, na den val der „Kin's", kwam niet veel. De Mongolen bleven meesters van het veroverd gebied. Het behoeft nauwelijks betoog, dat hiermee hunne veroveringszucht niet bevredigd was. Onder Ogotaï, Kouyouk en Koublaï, opvolgers van Gengis-Khan, zagen de „Soung's" zich steeds meer in het nauw gebracht. Zij brachten hunne hoofdplaats naar Hangchow over, maar hier wist Koublaï in 1276 de Keizerin-Regentes gevangen te nemen en twee jaren later ging hun gezag geheel ten onder in een zeeslag, waarbij de nieuwgekozen Keizer in de golven omkwam.

De Mongolen waren hierdoor meesters van een gebied, dat zich buiten China uitstrekte over Yarkand en Bokkara, Samarkand, Merv, Herat in Perzië, door Gengis Khan veroverd, waarbij hij tot in Bulgarije zou zijn doorgedrongen — over Hongarije en Polen, door Ogotaï onderworpen, over het tegenwoordig Rusland tot Kiew, door zijn zoon Batou overweldigd.

In dezen tijd valt ook het reisverhaal van Marco Polo, den grooten Yenetiaan. In 1255 waren de vader en de oom van den reiziger bij de Tartaren geweest, drie jaren te Bokkara vertoevend om ten slotte in 1261 het hof van Koublaï te bereiken, waar zij zich wederom eenige jaren ophielden. Toen zond Koublaï hen terug met een gezant en een brief voor den Paus, waarin hij dezen vroeg, hem eenige geestelijken te zenden om het Christendom te onderwijzen. Gregorius X zond hierop de paters Nikolaas van Viacenza en Willem van Tripoli. De jonge Polo vergezelde hen en werd de gunsteling des Keizers, in

Sluiten