Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

golen deze „gereserveerde houding" hunner vroegere Chineesche onderdanen niet onbenut. Gaandeweg concentreerde zich hun rijk aan de Chineesche noordgrens en in het begin der zeventiende eeuw voelde men zich hier gereed tot een nieuwe beslissende worsteling. Hun ryk, dat sedert met den naam „Mandchou" wordt aangeduid — was omstreeks dezen tijd in oorlog met eenige stammen, die bij China heil zochten en vonden. Dit gaf aanleiding tot een openlijke breuk. De Mandchou's drongen China binnen. Slag op slag werd geleverd en door de Chineezen verloren, tot hun generaal Ting-bi de indringers wist tot staan te brengen. Paleisintrigues te Peking riepen hem echter op dit kritieke oogenblik terug. De gevolgen lieten zich niet wachten. De Chineesche troepen werden op alle punten verslagen, ondanks hunne artillerie, omdat ze deze niet behoorlijk wisten te gebruiken. Aan alle kanten van het rijk braken tevens onlusten uit. Een kwart eeuw duurde de oorlog, die met den val van de Mingdynastie eindigde (1644). Voor de tweede maal beklom een Tartaren-heerscher den Chineeschen keizerstroon. Met Choun-tche begint de dynastie die nog heden regeert.

De afstammelingen der Ming's zetten nog een tiental jaren den strijd in het Zuiden des rijks voort, maar onderlinge verdeeldheid maakte hen tot een gemakkelijke prooi van de Tartaarsche legers op hen afgezonden.

De Ming-dynastie is bij de Chineezen van onze dagen nog steeds geëerd. En dit niet alleen, omdat met haar

Sluiten