Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voortgekomen, in karakter en kundigheden verre ten achter gebleven bij het voorbeeld door de groote Keizers Kanghi en Kieng-loung gegeven. Beiden regeerden zestig jaren achtereen en deden China een ongekende grootheid bereiken — die onder de zwakkere opvolgers, daarenboven voor onvoorziene moeilijkheden gesteld, gaandeweg zou afnemen.

Met het midden der 19® eeuw, als gevolg voor een groot deel zeker van de nieuwe verkeersmiddelen door het stoomwezen bevorderd, begint voor China een zware strijd. Tegen den steeds toenemenden stroom van Westersche belangen, die zich in het verre Oosten coüte que coüte wilden doen gelden. Het weerstrevend Rijk des Hemels ziet zich in 1842, na een rampspoedigen oorlog, gedwongen met de wenschen der „roodharige barbaren" rekening te houden. Zijne pogingen om er aan te ontkomen doen een nieuwe krijg (1858—1860) ontbranden, die niet minder ongelukkig uitvalt. Onderwijl tappen de opstanden der Taiping's en die der Mohamedanen in Yun Nan en Kasgarië 's lands bloed af, dringen de Russen en Japanners steeds brutaler op en weet Frankrijk in Cochin China, eertijds China's wingewest, een koloniaal rijk te stichten. Toch is China dit alles te boven gekomen, als waren het slechts speldenprikken in het reuzenlijf geweest.

Maar het einde der negentiende eeuw brengt nieuwe rampen. In de eerste plaats de oorlog met Japan met het voor China's prestige noodlottig resultaat: de overwinning van het oneindig kleiner rijk en de noodzakelijkheid, den vrede af te koopen. Over alle leden

Sluiten