Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgens het Chineesch geloof, deze zich onder normale omstandigheden bij voorkeur ophouden.

Hier, in deze Tang, roept de familievader de geesten der afgestorvenen op, die hier wat men zou kunnen noemen hun domicilie hebben. Hier stelt hij hen in kennis met de belangrijkste voorvallen in de familie, want al ontgaan deze niet aan de opmerkzaamheid der geesten — zij behoeven officieel van elke heuglijke of droevige gebeurtenis te worden ingelicht, of zij zouden zich terecht miskend gevoelen, met alle leelijke gevolgen van dien. Voor den Chinees vormen de voorouders de eerste, voornaamste en hem uitteraard meest „eigen" schakel in de oneindige keten, die tusschen / hem en den Hemel, oorsprong van licht en leven, ligt. De overleden ouders stellen het gisteren, het jongste verleden daar, zoodra hij den blik in dit onafzienbaar weleer terug zendt. De voorouders vormen de tusschenpersonen, die hem aan de oudere, hoogere (immers dichter bij de levensbron gelegen) geesten verbinden. De nog levende ouders hebben voor hunne kinderen reeds iets van het mysterie der bovennatuurlijke dingen over zich, want op hun beurt zullen zij een eereplaats op het huisaltaar innemen en de vereering en gehoorzaamheid, die zij bij hun leven van hunne kinderen hebben ontvangen, zal dan ook medetellen bij hunne houding tegenover hunne achtergebleven betrekkingen, op wier lot zij immers zooveel invloed, ten goede of ten kwade zullen kunnen uitoefenen. Weten deze hen „in de goede stemming" te houden, dan kunnen zij er bijna op rekenen, dat het hun voor den wind gaat!

Sluiten