Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van zijne tegenwoordigheid in een tempel maakt hij doorgaans gebruik om een kans te wagen, om te zien, hoe hem de goden in zeker geval, dat hem bijzonder vervult, gezind zijn. De priester — die over het algemeen niets heeft van den eerwaarden zieleherder, dien wij in onze dominee's en pastoors zien vereeren, maar die er „een broodje in ziet" en overigens meestal door grove onwetendheid uitmunt — reikt hem op zijn verlangen een bakje vol bamboeschijfjes, waarop nummers staan. Dit bakje wordt zoolang geschud, tot een der bamboeschijfjes op een bepaalde plaats boven komt te liggen. Met het aldus door het lot aangewezen nummer in de hand wordt nu een lijst nagegaan, waarop achter correspondeerende nummers een aantal in orakel-stijl gestelde antwoorden zijn gesteld. Het correspondeerend nummer leert den vrager dus langs dezen weg, wat hij van de goden te hopen of te vreezen heeft. Een andere manier om hier achter te komen is het neerwerpen van een rond, eivormig houten voorwerp, waarin twee verdeelingen zijn gemaakt. Al naar gelang de een of de andere helft boven komt, is het antwoord op de gedachte vraag gunstig of ongunstig. Het is hier dus „Rouge ou Noir" en „Pair ou Impair" d. w. z. 50 pCt. kans op een goeden uitslag. Maar het antwoord is daartegenover alleen pro of contra, zonder meer. Wil dit niet dadelijk lukken, m. a. w. uitvallen naar den wensch van den ondervrager, dan waagt de Chinees het meestal nog eens en gaat hiermee voort, tot hij het verlangde resultaat heeft bereikt.

Ook hier zouden wij ons onwillekeurig tot lachen

Sluiten