Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijven door alle tijden heen, te vragen, dan zou een wijzen op het patriarchaal karakter der tegenwoordige Chineesche familie reeds een voldoend antwoord aanbieden. Want dit karakter heeft China gemeen met de oudste volken der aarde, alle thans reeds ondergegaan. Van-huis-uit een herdersvolk als dat van Abraham en Jacob. Waarin de alleroudste, in wien alle vertakkingen der familie culmineerden, het hoogste gezag, een onbeperkt gezag, uitoefende — een gezag, waaraan zich ook het vaderlijk gezag der jongere gezinshoofden ondergeschikt betoonde. Zulk een stamverband of clan, of liever eene verzameling van dergelijke groepen moet het Chineesche volk in overoude tijden hebben gevormd, want nog in het tegenwoordig Chineesch familieleven vinden wij de kenmerkende trekken dezer aartsvaderlijke instelling in hoofdzaak terug. Zooals trouwens ook in de staatsinrichting. Nog altijd is de Chineesche familievader heerscher, priester en rechter over zijn gezin. Zijn wil is wet voor de geheele nakomelingschap, ook indien de leden hiervan reeds getrouwd zijn en eigen kinderen hebben. In dit geval vindt een zekere delegatie van de oppermacht van den grootvader op den vader plaats, maar deze laatste treedt eerst als hoofd der familie in de volle beteekenis op, als de grootvader is overleden.

Het familieverband heeft voor den Chinees een bijna heilige beteekenis. Zeker gaat het hem meer aan het hart dan iets ter wereld en moeten sterke neigingen, als eerzucht en hebzucht, er in den regel voor wijken. De aandacht, de zorg, de toewijding, de gehoorzaamheid van den Chinees worden bij voortduring in be-

Sluiten