Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slag genomen door de voorouders en ouders. Zijn geest concentreert zich op hun wil, waaraan aller individualiteit ondergeschikt wordt gemaakt, zóo, dat ieder, die buiten de familie staat haast als een vijand wordt beschouwd, in elk geval als een, waarmee men niets gemeen heeft. Naarmate zich het volk uitbreidde en zich in een steeds grooter aantal families oploste, deed zich tusschen de Chineesche families onderling uitteraard het besef eener verwantschap, hoe ver ook verwijderd, nog eenigermate gevoelen en breidde zich hier het waarnemingsveld van den Chinees geleidelijk een weinig uit. Maar wat buiten dezen zich verwijdenden, maar toch altijd begrensden kring lag, bestond niet, telde niet mee. *) Noodgedwongen moest het herdersvolk, in beschaving verre de meerdere van de horden, die het op zijn weg naar Oost-Azië ontmoette, met deze wel in bloedige botsing komen, om zich door herhaalde oorlogen een verzekerde stelling te veroveren. Maar de blikken vrij-uit om zich heen slaan, met alle gevolgen van dien voor de heerschzuchtige, eerzuchtige en hebzuchtige menschenziel — dat lag niet in het Chineesche karakter. Zijn aandacht werd van stonde aan door hem heiliger dingen vastgehouden. Naarmate zijne

*) Aldus verklaren wij ons de ongevoeligheid der Chineezen voor het leed van anderen, die op iederen Europeaan van beschaving den indruk van wreedheid moet maken. Men laat gewonden en zieken op den openbaren weg liggen, tot de dood hen verlost en de honden het lijk verslinden, waarnaar niemand omkijkt, omdat zich geen verzorger van zijn zielsrust opdoet. De wreedheid der straffen werpt een ander licht op deze echt Chineesche ongevoeligheid. Men leze hierover: Franfois, De Canton i Yu-Nan-Sen.

[Revue de Paris 1900, IV.]

Sluiten