Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet, komt in de steden den meesten te duur uit, zoodat men op het platteland de meeste woningen zal vinden, die aan het geijkte type voldoen.

Een dergelijk verblijf is meestal een complex van gebouwen, die in den regel binnen een ommuurde, rechthoekige ruimte staan, welke hof een van een poort voorzienen ingang in het midden van de zuidelijke zijde heeft. Aan weerszijden van dezen ingang bevinden zich meestal de verblijven der bedienden of slaven, die als portiers dienst doen. Is men de poort doorgegaan en binnengetreden, dan bevindt men zich op een binnenplaats, een voorplein en staat, als men dit heeft overgestoken vóói een tweeden ingang in het midden van een tweeden muur, parallel met die van het front en waarin men bij het verder gaan vóór een tweede poort staat. Ook door deze binnengegaan zijnde, bevindt men zich op een tweede binnenplaats, waarbinnen links en rechts bygebouwen en recht vooruit het hoofdgebouw, de eigenlijke woning, verrijzen. In het midden van dit laatste bevindt zich het staatsievertrek, tevens huiskapel der familie, de „Tang", van welke wij hierboven spraken en die men langs trappen bereikt. Aan weerszijden van de „Tang" vindt men slaapvertrekken voor de mannen en een kantoor of schrijfkamer, waar de heer des huizes zich meestal ophoudt.

Achter de „Tang" omgaande, bereikt men langs een gang of ommuurde overloop het meest intieme gedeelte der woning. Hier vindt men links en rechts de bediendenverblijven en de keuken, terwijl in het midden, tegen den Noordelyken buitenmuur — of in elk geval

Sluiten