Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

algemeen ontzienen huistyran behouden. Hem in liefde naderen ging niet, wel in vreeze. Waar hij in levenden lijve niet meer kon getuigen van zijne meening, dichtte men hem in een gegeven geval eene meening toe, maar hiervan was men toch altijd in het onzekere. Om hieromtrent eenige meerdere zekerheid te verkrijgen, zocht men, zoo goed en zoo kwaad als het kon, eene nauwere betrekking, eene meer afdoende communicatie om toch vooral te weten, wat de wil van den vereerde was. Men liet het lot beslissen en beschouwde die beslissing als door den afgestorvene ingegeven. Dit gaf het aanzijn aan de wichelarij, die zulk een belangrijke plaats in de Chineesche samenleving inneemt.

De familievader was reeds bij zijn leven aan een god gelijk — wat wonder, dat hij dit nog volkomener werd na zijn dood. Het spreekt vanzelf, dat het geloof aan den invloed van zulk een leidenden geest, die altijd tot kwalijknemen gereed staat, die door vrees, niet door liefde wordt gezocht en ontzien, het Chineesch gemoed op den duur geheel moest berooven van zijn frischheid, zijne individualiteit, bovenal van het gevoel van verantwoordelijkheid aan zichzelven. En omdat het eer een bevrijding leek dan eene berooving — men zich opgelucht gevoelde, nu men dit bezwarend deel van de levenstaak aan een ander kon overlaten, stond de jongere het kostbaarst wat hij had aan de ouderen af: de voorwaarde voor eigen ontwikkeling.

Men kan echter het beginsel van de toepassing afscheiden. En dan hebben wij hier te doen met eene

Sluiten