Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Chineezen van het leven hiernamaals bijzonder illustreert, is het meegeven aan den doode, in zijn kist, van eene som gelds. Maar om diefstal en de daarmee gepaard gaande grafschending te voorkomen en bovenal, omdat de Chinees leukweg redeneert, dat voor een doode, die alleen in den geest blijft voortbestaan nagemaakt geld m. a. w. nominaal geld of de voorstelling van geld even goed zoo niet beter is als echt, dat daarentegen de achterblijvende zooveel beter zelf kan gebruiken — geeft hij den doode een aantal geldswaarden in papier mede, in dit leven uitteraard niet gangbaar, maar aan gene zijde van het graf wèl. Op dergelijke briefjes („bonnetjes" zouden wij in Indië zeggen!) komen de geldswaarden als op heusche bankbiljetten — op welke zij echter niet gelijken! — voor. Zelfs vrienden en verwanten maken van deze in onze oogen vrij onnoozele methode om een doode aan zich te verplichten gebruik door hunne gaven, waarvan wij boven gewaagden, van een som in dergelijk papier gepaard te doen gaan. Ja, de Chineezen drijven de fictie zelfs zóóver, dat zij, als zij in de gelegenheid worden gesteld, om eene dergelijke beleefdheid tegenover een hun dierbare doode te reciproceeren, er goed voor zorgen, precies dezelfde som in dergelijk papier aan den dooden verwant van hunnen vriend ten koste te leggen. Een dergelijk gebruik belachelijk te vinden brengt ons niet verder. Het moet ons de richting wijzen, waarin wij de verklaring van de Chineesche levensbeschouwing, op 't eerste gezicht zoo wonderlijk, hebben te zoeken. Uitgaande van de stelling, dat hij, van animistische

Sluiten