Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geene functie aan. De pauwenveer, door enkele (uitteraard zeer hooge dignitarissen) ambtenaren gedragen, is een bijzonder eereteeken, zoo iets als onze ridderorders, door den Keizer verleend en op den hoed gedragen.

De ambtelijke organisatie, waarin China zich verheugt, is eenvoudig en ziet er, in theorie althans, als een logische indeeling uit, waarvan de verschillende onderdeden een goed werkend mechaniek schijnen te beloven. In de praktijk blijkt het echter minder heilzaam te werken. In de eerste plaats is de macht der ambtenaren veel te onbeperkt. Inderdaad zijn zij niet alleen een schrik van den kleinen man, die zoo goed als weerloos tegenover hen is, maar zij houden, uit eigenbelang, alles tegen wat in den toestand verbetering zou kunnen brengen, omdat dit aan hunne bevoorrechte stelling in de Chineesche samenleving een einde zou maken. Een andere groote fout is het zeer lage salaris, dat de Regeering hun toelegt. Een distriktsmagistraat. wiens ressort dat van een residentie op Java overtreft, ontvangt b.v. niet meer dan 250 gulden 'smaands, een prefect niet meer dan 700, een provinciaal intendant, die één achttiende van geheel China controleert, niet meer dan 1000. Daar de meesten hunner een stand moeten ophouden en naar Oosterschen trant aan tallooze familieleden, met welke de natuurwet anders korte metten zou maken, een onderkomen moeten verschaffen, komen zij steeds tekort (wie denkt hier niet onwillekeurig aan de evenzeer onvoldoend betaalde ambtenaren — vooral de lagere inlandsche — op Java?) Het gevolg is, dat zij op alle mogelijke wijze er wat bij zien te verdienen. De magistraat vereenigt

Sluiten