Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

orkaan zich neerlegde. Voor het Westen, nauwelijks van ontzetting bekomen, lag nu op eenmaal het tevoren ontoegankelijk wonderland van Azië open, het morgenland met zijn reuzenstroomen en reuzenbergen, reuzen woestijnen en ongekende vegetatie, met zijn schatten, zijn kostbaarheden, zijn geheimen en zijn weergaloozen ouderdom. Voor het eerst was het mogelijk, dit werelddeel te overzien, voor het eerst ook, het van West naar Oost te doortrekken. Niet opeens werd de sluier opgeheven, die nog zoo oneindig veel in nevelen hulde. Maar reeds maakte de Westerling zich op, zijn geluk in deze eindelooze ruimte te gaan beproeven. De geprikkelde belangstelling, de avontuurlijke zin, de begeerte naar rijkdom dreven hem aan, het mvsterie van het Oosten lokte hem onweerstaanbaar tot zich. Voortaan zouden de Westerlingen in toenemend aantal naar het Oosten trekken, voor velen hunner om hun geboorteland nimmer weer te zien.

Maar vuriger drang dan evengenoemde zou de leiding nemen der beweging: de zucht tot bekeering. Het Christendom, nog onder den indruk der Kruistochten, vond hier een taak, die zich op waardige wijze scheen aan te sluiten aan de prediking van het Woord aan de barbaren van het Westen, thans reeds lang in vurige aanhangers verkeerd en aan de worsteling om het Heilige Graf.

„Laat de Christenwereld het ten eeuwigen dage in dankbaarheid gedenken" — aldus Ricold van Monte Croce, een vurige monnik dier dagen — „dat, juist op het tijdstip, waarin God de Tartaren op ons afzond om te vernielen en te dooden, hij der wereld van

Sluiten