Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der bescheidenheid niet overschreed, is zeker, want hij behoorde tot de bekwaamsten op dit gebied, zooals hij spoedig toonde.

De Keizer liet zich vangen en vergunde aan pater Ricci en aan zijnen medgezel, pater Pantoia, te Peking te blijven. Hij legde hun zelfs een salaris toe en, waar de Chineesche etiquette hem verbood, zich in persoon aan hen te laten zien, ging hij in zijne welwillendheid zelfs zóóver, van zijn portret voor hen te laten maken en dit aan hen cadeau te doen. Door dit gunstbetoon werd de aandacht van het publiek nog meer op hen gevestigd. Het werd „goede toon" onder de Mandarijnen, hen te gaan zien en hooren. Dit was juist wat de paters wilden, die van deze weldra talrijke aanrakingen met de Pekingsche high-life een goed gebruik maakten om hun bekeeringswerk „er in te krijgen". Vijf jaren sinds hunne aankomst waren nog niet verloopen, of zij telden reeds eenige honderden proselyten, waaronder lieden van stand en invloed. Met de hulp van eenigen dezer slaagden zij er in, een aantal godsdienstige werken in het Chineesch over te brengen. Aan de bekeering der Chineezen tot het Christendom stond echter één ontzaglijke moeilijkheid in den weg: de vergoding der Voorouders, die den zonen van Han in het bloed zat en die zich niet gemakkelijk liet vereenigen met de beginselen der Christelijke leer. Pater Ricci stond weliswaar aan zijne bekeerlingen toe, naast het nieuwe geloof de vereering der voorouders te blijven volgen, maar na zijn dood, in 1610, bleek de opvolger in zijne waardigheid, de Dominikaan Longobardi, van een geheel ander stand-

Sluiten