Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar geloofshaat trad hier niet op den voorgrond. De Chineezen zijn hiervoor op dit punt te lakoniek, te onverschillig. Zij kwamen bijna altijd voort uit persoonlijken haat van den kant der mandarijnen m. a. w. van de hoogere klassen der Chineesche samenleving, wier invloed op het volk slechts nadeel kon ondervinden van het werk der bekeering. De voornaamste aanleiding tot de volksoploopen en aanvallen op zendelingen, zooals de met de Chineesche wereld zoo vertrouwde bisschop Reynaud het zoo juist heeft aangeduid, bestond in de weigering der bekeerlingen om verder bij te dragen tot het onderhoud der Chineesche tempels en plechtigheden. De overblijvenden zagen zich dan tot het betalen van een grooter aandeel verplicht. Het is dus eigenbelang van de meest alledaagsche soort, die de menigte tegen de zending opzet, eene vijandigheid, die als zij haar kans schoon ziet, tot plundering en brandstichting en soms tot erger leidt.

Men schat het aantal Christenen thans in China op pl.m. 600,000 Katholieken en 80,000 Protestanten. De laatsten begonnen eerst in het begin der negentiende eeuw aan den zendingsarbeid deel te nemen. Op een bevolking van vierhonderd millioen beteekent een aantal van zevenhonderd duizend nog niet veel. De verhouding zou dan ongeveer zijn: één Christen tegenover 570 niet-Christenen!

Toch zullen deze cijfers, na al het voorafgegane, eer mee- dan tegenvallen. Men zal er allicht uit afleiden, dat de vervolgingen, waaraan de zendelingen, met name die der Katholieke Kerk, hebben blootge-

Sluiten