Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Napier zag zich in 1833 aangewezen, om in deze haven voor de Engelsche scheepvaart en handel te gaan optreden, maar hij stierf kort daarop. Onder zijn opvolger, Elliot, nam de in Kanton heerschende oneenigheid tusschen Europeesche handelaren en de Chineesche plaatselijke overheden een zóó heftig karaker aan, dat eene uitbarsting niet lang op zich liet wachten. Het voornaamste product van den invoer was opium. Het werd uit Britsch-Indië aangevoerd, maar om te Kanton aan den wal te worden gebracht en verder het binnenland te bereiken, had het de tusschenkomst noodig van Chineesche handelaren, die zich hiertoe tot een syndicaat, dat der Hong's hadden vereenigd, terwijl ook de toestemming van de mandarijnen noodig was. Daar de Chineezen destijds zeer weinig naar Europa uitvoerden, wees de balans, ten gevolge van de opium-invoer, een groot bedrag aan de Europeesche handelaren in geld uit te keeren, aan. Dit feit verontrustte de Chineesche handels- en ambtenaarswereld niet weinig. In een rapport aan den Keizer in 1833 hadden de laatsten reeds voorgerekend, dat in elf jaren tijds 60 millioen tails (± 200 millioen gulden) op die wijze „het land waren uitgegaan".

In 1837 wezen 's Keizers meest vertrouwde raadslieden hem op het feit, dat China als het zoo voortging jaarlijks 10 millioen taels had bij te passen, zonder dat tegenover deze geldelijke opoffering eene andere vergoeding, hetzij in diensten, hetzij in goederen, stond dan die van het bekomen van reusachtige hoeveelheden van de verderfelijke waar, die het land ook nog geestelijk achteruit bracht. Het zou niet lang

Sluiten