Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(reeds vóór den oorlog toegezegd) van Hongkong en eene schadeloosstelling van 21 millioen dollars (èn voor oorlogskosten èn voor het vernietigd opium). Ook werd het handels-syndicaat der Hongs opgeheven verklaard. Bij het sluiten van den vrede verklaarde de Engelsche gevolmachtigde, Sir Henry Pottinger (zeker om het nationaal Engelsch geweten terzelfder tijd te bevredigen), dat zijne Regeering in geen enkel opzicht beschermend wilde optreden voor den opium-handel en noodigde hij de Chineesche overheid uit, de maatregelen tegen den sluikhandel te nemen, die zij zou noodig achten. Daar deze sluikhandel weldra enorme afmetingen aannam en voornamelijk Engelschen hiermee een kansje waagden, bleven die Chineesche autoriteiten zich nog langen tijd afvragen, waarom het Engelsche Gouvernement dien sluikhandel niet liever zelf aan zijne eigen onderdanen verbood!

Met dezen oorlog, dien men steeds hardnekkig „opium-oorlog" blijft noemen, wat ook van Engelsche zijde is gedaan om de wereld te overtuigen, dat deze in 't oog van velen, minder „nette" handel er volkomen buitenstond, ontving het prestige van het Chineesche Rijk haar eerste deuk. De gevolgen bleven niet uit. Onlusten ontbrandden overal, zonder dat de Keizerlijke macht er veel tegen kon uitrichten. De Meaou-tsze stam, een bij uitstek rumoerig volkje, bracht zelfs aan een keizerlijk leger van 30.000 man een nederlaag toe. Onderzoo beangstigende gebeurtenissen ging Keizer Tao-Kwang de eeuwige rust in en beklom Heen-fung den troon. Onder zijne regeering brak de opstand der Taipings uit, die, in 1852 begonnen, eerst in 1864 zou worden

Sluiten