Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten onder gebracht door den in Chineeschen dienst genomen Majoor Gordon, den lateren verdediger van Khartoum. Een Chineesch Christen, Hung-Soe-Tseuen, had zich aan het hoofd gesteld der ontevredenen, die zich van de door de Meaou-tsze's bewoonde heuvels over geheel Kwang-Se hadden verspreid en slechts een leider behoefden om zich over het geheele gebied van de Yangtze-Kiang te storten. In Hung-Soe-tseuen vonden zij dezen. In korten tijd had hij zich, de verdrijving der Tartaarsche dynastie als hoofddoel predikend, met zijne steeds aangroeiende scharen over de provincie Hoo-pih geworpen en, hier eenmaal meester, viel hij de zuidelijke hoofdstad des Rijks, Nanking aan en veroverde haar. Hier versterkte hij zich en riep zich uit als eerste Keizer van de Taiping-dynastie, als hoedanig hij den naam van „Hemelsche Koning" aannam. Geruimen tijd bleef het geluk zijne wapenen volgen. Allengs breidde zich de opstand tot Tientsin in het Noorden en Soochow in het Oosten uit en zijne aanhangers namen zelfs tegenover Amoy een dreigende houding aan. Zijn optreden, tot dusver in het binnenland van het reuzenrijk afgespeeld, begon nu ook de Europeanen in hunne tractaathavens te verontrusten en de hierdoor ten leste gevolgde samenwerking van de Chineesche Regeering met de Engelschen moest hem ten slotte noodlottig worden. Tegen Gordon's vliegende kolonnes, goed gedrild en uitstekend aangevoerd, moesten de samengeraapte benden, hoe talrijk ook, het weldra afleggen.

Intusschen zouden, ter bevordering der goede betrekkingen, de Engelsche kanonnen eerst nog tegen de Chi-

Sluiten