Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was zij noodzakelijk en hiervoor moet ook een Keizer van China zich ten slotte buigen. Dat de in naam zoo machtige en verheven heerscher er instinctmatig tegen opzag, een reeks van betrekkingen te openen, waarbij 't weifelend en onsamenhangend China het tegen 't vastbesloten Europa geregeld zou moeten afleggen bij haar streven, zich buiten contact te houden met de geminachte vreemdelingen, is verklaarbaar. Hier dringt zich onwillekeurig het beeld aan ons op, van een verwend, altijd afzonderlijk opgevoed rijkelui's kind, dat op eenmaal in een troep levenslustige, strydvaardige schooljongens geraakt, die, hoe vechtlustig onderling anders ook, nu op eenmaal gemeene zaak maken tegen den onhandigen, vreemden knaap, die niet weet, hoe hij hunne grappen moet beantwoorden, hun hunne ribbestooten betaald zetten en allerminst — hoe hij in hunne spelen moet deelen, dingen, waarmee zij allen reeds zoo lang zijn vertrouwd. Voor het verwende kind, éénkennig, onbeholpen, alleen maar betrekkelijk de mindere, maar boven alles kwetsbaar, staat er maar één weg open: tot eiken prijs zijn karakter van vreemden knaap af te leggen, zich hoe eer hoe beter het spel, de strijdvaardigheid, de streken en knepen van de anderen eigen te maken. Dat gaat niet zonder horten en stooten, niet zonder krakeel en geplukhaar — maar een andere weg is er niet, zullen de rakkers zich niet blijvend ten koste van hun nieuwe vondst amuseeren en hem alles afnemen, wat hij bezit!

Door de vestiging van vreemde gezanten te Peking werd aan het prestige van het Keizerlijk gezag in

Sluiten