Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoegzame hoeveelheid in een onderneming, die niet dadelijk rendeert. Deze eigenaardigheid verklaart zijn behoefte, vóór alles „cash"' te zien, contanten, waarvan hij er nooit genoeg beschikbaar kan hebben. Is het dan te verwonderen, dat hij zulk een particulier land uitput, waarvan hij alleen dadelijk voordeel verlangt? Dat hij bij de betaling van den koopprijs alleen berekent, of de penningen der opgezetenen, gevoegd bij een bescheiden opbrengst, hem winst zullen brengen en niet, hoe hij, door nieuw geld voor verbetering aan te wenden, wellicht over een aantal jaren een rijker bezit het zijne zal mogen noemen?

Bij uitstek is de Chinees geldschieter. Hij berekent de interest niet bij het jaar, niet bij de maand, maar bij den dag en dezelfde gulden die hij heden uitleent, zal in den loop van een maand, telkens bij hem terugkomend, door een reeks van handen gaan. Koopt hij een particulier land, dan meent hij hiermee niet zoozeer landeigenaar te worden, als wel hij beschouwt den koopsom als bij de opgezetenen uitgezet. Door alle onkosten van onderhoud uit te sparen brengt hij het een heel eind verder dan een ander, vooral waar de bedoelde opgezetenen gaandeweg bij hem in de meest gecompliceerde rekening komen te staan, waarbij alle voordeelen aan den kant prijken van dezen in onze oogen wonderlijken landheer.

Inderdaad, de fraaie instelling der particuliere landerijen *) in Indië is als voor het Chineesch „initiatief" geschapen. Dit verklaart het enorm percent der Chi-

*) Zie onze brochure hierover in 1904 te Batavia verschenen.

Sluiten