Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en gedachtenwisseling in. De Regeering kon niet volstaan met er hare papieren banbliksems tegen te slingeren — er moest daadwerkelijk tegen worden opgetreden. Een kleine vloot en een leger van speurders moest er tegen uitgezonden en in actie gehouden worden. Ambtenaren vonden er nieuwe kansen op promotie bij, het publiek won er reeksen van pittige anecdoten, pikante nieuwtjes, spannende personalia mee. Gedurende meer dan een halve eeuw verlevendigde het roode schijnsel van dit avontuurlijk bedrijf den veelal kleurloozen achtergrond der Indische samenleving. En altijd was John Chinaman een der hoofdpersonen. Meestal vereenigde hij, op verzoek van het geëerd publiek, de rollen van opiumpachter en opiumsmokkelaar in zich. Als een bescheiden voorlooper van Henri de Vries en zijn miraculeus snelle gedaanteverwisseling en een gelukkig navolger van den bediende uit Molière's Avare, kwam hij als de door soliede borgen gedekte zetbaas der Regeering op de planken en speelde er zijn „père noble"-rol, met een nuance van verdrukte onschuld — om in een volgend tooneel, zonder décor-verandering, maar met neergedraaid licht, als de listigaard der listigaards op het tooneel terug te sluipen, waar hij met veranderde, maar toch door de ingelichten zeer goed herkenbare stem het publiek in zijn vertrouwen nam, terwijl hij voortging, zijn ignobel weefsel van leugen en bedrog uit te zetten. In het net hiervan sukkelde dan niet al te onverwacht de waakzame goud-gepette Vertegenwoordiger van het Gezag, die met een dievenlantaarn alle plaatsen afzocht, waar de gladde vogel

Sluiten