Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

galerij naar mij toe, buigend en lachend en mij in goed Hollandsch vragende — met een wenk naar het portret — of ik dien heer wellicht persoonlijk kende. Ik bevestigde dit, er bijvoegend, dat ik hem een enkele keer terloops had ontmoet, maar dat hij een algemeen bekende figuur was in de Indische ambtenaarswereld, zoodat ik hem zeker ook zonder dat zou hebben herkend. Die woorden schenen bijzonder in 'smans smaak te vallen! Ik moest en ik zou in een der fijngelakte, met gouden randjes versierde, wipstoelen plaats nemen, die om de onmisbare tafel met marmeren blad stonden gerangschikt en mij werd nu met trots verteld, dat dit portret een persoonlijk geschenk was, dat de gever sedert een hooggeplaatst man te Batavia was geworden, dat ik ook vooral moest letten op de handteekening door den gever onder zijn beeltenis gesteld. De vraag, hoe hij hem zoo kende, behoefde niet te; worden uitgesproken, want hij ging dadelijk voort mij te verhalen, hoe hij vóór vele jaren in China — te Amoy als ik mij wM herinner — bij dien heer in dienst was getreden, om hem de C'hineesche spreektaal te leeren en hoe goed en snel dit doel werd bereikt. Hij was later naar Macassar gegaan, vooral ook omdat zijn vroegere meester daar toen werkzaam was. Zij hadden daarna samen hunne Chineesche studiën voortgezet. Wederzijdsche genegenheid was er het gevolg van geweest en het geven van het bewust portret was er een der bewijzen van. Terwijl de kleine ronde man, welvoldaan en gelukkig bij de opgewekte herinneringen aan dien meester, die zijn „sobat kras" was geworden en nu en dan nog wel eens wat van

Sluiten