Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komst van de O.-I. Companie te Cheribon (1605), ja, vóór de stichting van het Cheribonsche Sultanaat — uit welks dynastie later ook de heerschers over Bantam en Jakatra zijn voortgekomen — waren hier Chineezen gevestigd. Deze Sultans, wier heerschappij omstreeks een eeuw geleden een einde nam, maar wier afstammelingen nog den vorstentitel dragen en een onderstand van het Gouvernement ontvangen, hadden altijd met C'hineesche handelaren veelvuldige aanraking en lieten hen, hoe fanatiek zij zelf ook mochten wezen (hun stamvader was Soenan Goenoeng Djati, een der grondleggers van de Islam op Java) vrij in de uitoefening van hun geloof en hunne gebruiken. Tot op dezen dag bestaat er in deze Residentie een opvallend goede betrekking tusschen Chineezen en inlanders, gevolg van eeuwenoude bekendheid met elkaar. Een voortdurende bloedvermenging heeft hiertoe zeker niet weinig bijgedragen. Men vindt hier meermalen afstammelingen van Chineezen, die niet dan voor een uiterst gering percentage als Chineezen kunnen worden aangemerkt, maar zich in enkele teekenachtige eigenaardigheden nog altijd als zoodanig voordoen en er voor willen doorgaan. Hetzelfde verschijnsel, als bij zoogenaamde Europeanen wordt waargenomen, die, hoezeer haast geheel inlander, eenige gebruiken, die als typisch Europeesch gelden (als het dragen van schoenen, kerkgang en familie-advertentiën), plichtmatig in eere houden. Zoowel bij deze laatsten als bij de „pernakan" of Indo-Chineezen (de volbloed Chineezen zijn als „Sinkeh's" bekend) kan men zeggen, dat zij hun ontstaan danken aan den grooten

25

Sluiten