Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om wat ons volk zelf goeds voortbracht, te erkennen en te waardeeren.

Ik kan het den hoogleeraar echter niet nazeggen, dat Vondel en Bilderdijk genoeg besproken i) zijn, vooral niet, en daar komt het op aan, dat zij veel besproken zijn door mannen, die getracht hebben goed door te dringen in hun kunst; dit geldt in het bijzonder van de laatste vijfen-twintig jaren, waarin Bilderdijk een verschoppeling was. Vergelijkt men deze artikels met de veelzijdige, grondige studies, die het buitenland aan zijn hoofddichters gewijd heeft, dan komt dit duidelijk uit. De aanhangers zelf hebben vaak geen goed gedaan met een blinde geestdrift, waardoor zij het minder geslaagde als meesterwerk prezen en zoodoende het omgekeerde bereikten van wat zij wenschten. Een gelukkige verbetering is daarom het boek van Prof. Bavinck.

Korten tijd geleden verklaarde de redacteur van een onzer bekendste tijdschriften: indien ge het publiek wilt vervelen, schrijf dan over Bilderdijk; voor eenige jaren bestond die legende ook voor Vondel 2). Indien er een klove is tusschen het publiek en onze dichters, dan moeten juist de tijdschriften die trachten te dempen. Die verveling toch ontspruit uit de wijze, waarop de critici ons over Bilderdijk inlichten, zij zijn aan het Teisterbanten, aan het Eerste Huwelijken, aan het Tweede Vrouwen, in plaats van de schoonheden van zijn werk te ontvouwen. Heeft men niet genoeg ervan, zich te overtuigen van eigen grootheid en anderer kleinheid ? Heeft men zich nog niet voldoende moe gewroet, de fouten van zijn leven waarschijnlijk al evenzeer overdrijvende als die zijner werken? Of is men nu tevreden met de wetenschap, dat die man, die vele volmaakt mooie verzen schreef, zelf maar mensch was en geen volmaaktheid? Eert men Bilderdijk's persoonlijkheid als dichter en denker, men vergeve hem enkele zwakheden als mensch; men bedenke ook dit, dat evenals bij Shelley, zijn eerste vrouw hem in haar net had gelokt, en zelf de allereerste oorzaak is geweest van haar huwelijksellende. En men brenge zich in herinnering, dat B. ondanks al zijn mogelijke ijdelheden, zich noch als mensch noch als kunstenaar voor toonbeeld der volmaaktheid heeft uitgegeven:

Gelukkig mooglijk hij, die, met zich-zelv' tevreden Zich-zelv' ten maatstaf neemt in kunst en kundigheden;

Zijn werkelijk bereik voor uiterst eindperk houdt,

Zijn poging acht voor doel, en hooger, niet» beschouwtI

1) De hoogleeraar bedoelde misschien met „veel besproken" niet ook „genoeg besproken."

2) Nog heden geven de tijdschriften liever artikels over tijdgenooten of buitenlander* dan over Vondel.

Sluiten