Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ver van hem staan, Arminius, Rousseau, Voltaire en vele anderen. Pierson wijst er op: « Hij wilde Arabisch verstaan, om aan te toonen, dat Mohamed Christen was met het hart.» Dr. K. H. E. de Jong zegt eveneens: «Hij roemde Mohamed als «verheven», koesterde diepe achting voor de Indische wijsbegeerte en zong zelfs den materialist Lucretius toe: «Verleidende onzinzanger, maar mooglijk meer dan een van 't echte dichtvuur zwanger.» Hoe geheel eenig in de Christenwereld is zijn houding jegens de Joden, waarvoor hij zoo rijk is beloond i).

De studies, die over Bilderdijk zijn verschenen, kunnen ons geen eindoordeel geven, leveren alle slechts materiaal. De gedachte, als zou Bilderdijk's poëzie onbemind moeten blijven, behoeven we ons niet met anderen door Huet te laten opdringen. Veel heil verwacht ik alvast van een schifting. Want juist het betrekkelijk groot teveel is hinderlijk. Er is in de veerden bundels flink te schrappen. Maar de schoonheid is bestemd geliefd te worden, de leelijkheid om hoe langer hoe meer te worden vergeten.

En zij, die van B. verschillen in geloof en ideeën, behoeven zij te vreezen, als de kunst zijn voordeel doet met de schoonheden zijner poëzie f «Wij achten,» zegt Pierson «onze tegenstanders onze beste vrienden. Zij zien, wat ons ontgaat; verdedigen, wat wij verwaarloozen.» De Katholiek Alberdingk Thijm eerde hem even warm als zijn geloofsgenoot Vondel, als Multatuli's vriend hem eerde op rijpen leeftijd. Wie offert in Nederland aan de goden van Griekenland, en evenwel welke kunstenaar spreekt den naam van Homerus niet met eerbied uit en merkt zijn werken niet als goddelijk aan? Bovendien slaat men meer acht op de vormen van Bilderdijk's geloof dan op den kern, welke schoon en deugdzaam was en op dezen kern komt het het meeste aan.

Er zijn daarenboven kringen, die den invloed van dichters als Bilderdijk en Vondel vreezen, omdat de poëzie voor die zangers dikwijls een strijdwapen werd. Deze nu voeren een ware struisvogelpolitiek (terwijl zulke beweegredenen ten behoeve der kunst niet mochten gelden). Is de invloed van Bilderdijk minder krachtig geworden door de hardnekkige tegenwerking, die hij ondervond, of integendeel sterker, wijl meer samengedrongen, is zijn karakter daardoor niet scherper geworden, zijn geest bitterder, zijn geloof dwepender, zijn poëzie heviger ? Zouden zij dit dwaalspoor blijven volgen en het aan anderen overlaten van dezen rijken meester

l) Het is niet onmogelijk, dat Bilderdijk zelf onder zijne voorouders een Israëliet had. Dit echter was hem niet bekend. Wel waande hij zich van vorstelijk oostersche afkomst.

Sluiten