Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voelden, werd de aarde tot folterplaats aangewezen. Door de schepping van Eva ontwaakt hun jaloezie, de slang brengt den mensch ten val. Daarop onttrekken zich een deel aan diens heerschappij en verwilderen weder; zij verachten hun gevallen meester en verbitteren op God en mensch.

Uw brullen ia 't gehuil, waarmei de Satan lastert;

En elke drop van 't bloed dat uw verwoedheid koelt,

Wordt mogelijk door geen eeuw van tranen afgespoeld.

In het uiterlijk van de dieren zijn hun aard en eigenschappen herkenbaar.

Bavinck zegt omtrent dit vers: «Over de waarde der hypothese, door Bilderdijk in dit dichtstuk voorgedragen, zal het oordeel ver uiteen loopen. Maar over het diepe inzicht in de dierenwereld, over de geniale conceptie, over de poëtische beschrijving, over de prachtige taal kan geen verschil van gevoelen bestaan. Aan het slot zijner voorrede zegt Bilderdijk, dat de ruwste en zinnelijkste begrippen, die de godsdienstleer inboezemt, meer innige waarheid bevatten en het hart nuttiger zijn, dan eene valsche philosophie, die ze meent te zuiveren en een slip van het gordijn op te lichten, dat nog over 's menschen ziel en hare betrekkingen hangt. En hij voegt er den wensch aan toe: Mochten zij dit willen begrijpen, die er de meening van vatten. In het licht dezer woorden moet ook het dichtstuk: De Dieren worden verstaan. De philosophie van vroeger en later tijd tracht den mensch uit het dier te verklaren. Bilderdijk sloeg den tegenovergestelden weg in, en wilde uit den mensch het dier verstaan. Het was hem ook in dit dichtstuk om de ziel en hare betrekkingen, om de verhouding van de geheimzinnige dierenwereld tot God en geesten, tot mensch en aarde te doen. Dit verschil van beginselen is nog aan de orde, en het blijft de vraag, wie gelijk heeft; hij die den geest uit de stof of die de stof uit den geest verklaart.» Laat ons hierbij voegen, dat hij, die de ontdekkingen van Darwin en de Vries aanneemt, evengoed de stof uit den geest kan verklaren.

Wie dit gedicht «De Dieren» niet in zijn geheel kent, heeft toch zeker de verheerlijking van «De Taal» er uit gelezen. Bilderdijk hanteerde de taal op een, voor zijn tijd zeker, onvergelijkelijke wijze. Een regel uit een gedicht, niet in deze bloemlezing voorkomend:

Sist knappende in de vlam, met snerkend vet gevoed.

verbetert hem de beste realist niet. Doch het fragment over de taal is er reeds bewijs voor.

Men heeft hem gebrek aan teederheid verweten; hij is een eik met hard hout, met knoesten en kwasten, maar ook met groene, zachtruischende

Sluiten