Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een uitgave, die geen enkele aanmerking heeft toegelaten, doch daarmeê bepaald Bilderdijk's zaak en die van onze letterkunde niet diende. Veel schrappen is noodzakelijk, dan blijft twee derde over, dat in waarheid prachtig is.

Gij, dichters en beoordeelaars, die dweept met Hooft, maar Bilderdijk verguist, en bijv. zoo groote bewondering hebt voor Hooft's regel:

't En was noch nacht, noch dag, toen ik naar buiten trad.

hebt gij dan geen lof over voor deze Danteske regel, sterker nog dan die van Hooft:

Toen zag ik, of ik droomde, en 't scheen mij, dat ik 't zag

met het mooie vervolg? Hebt ge de mooie beschrijving van de reuzen uit Dante's Hel genoten?

Gelijk Montereggion met menig toren

Zijn ronde wallen kroont aan alle kanten,

Zien we op de steenen, die de kuil omschoren

Te halver lijf de schriklijke Giganten,

Die Zeus nog dreigt, wanneer zijn donderzangen,

Hun van omhoog den schrik in 't harte planten.

't Hoofd, forsch en breed, scheen d'appel t'evenaren,

Die 't plein te Rome bij Sint-Peter dekte;

Waaraan zijn leden evenredig waren.

Zoodat de rand, die hem tot voorschoot strekte Van 't onderlijf, noch zoo'n gestalte troonde,

Dat wis een drietal Friezen vruchtloos rekte Om 't haar te raken, dat zijn schedel kroonde,

Daar, van de plaats, waar wij den mantel snoeren,

De reus nog dertig palmen hoogte toonde I).

Wat is deze beschrijving en de beschrijving van andere logge monsters echter tegen den zeldzaam elastischen stijl van Bilderdijk in een fragment als het volgende heivisioen :

I) Vertaling van Joan Bohl. Deze bevat veel voortreffelijks, zoodat de dichter Longfellow, benevens Moleschott en Hellwald te Rome, Dupont te Leuven en vele anderen die het italiaansch oorspronkelijk even goed als de nederlandsche vertaling verstonden, eenparig verklaarden, dat Bohl, als dichter en commentator, als taalbeheerscher en vormboetseerder, allen achter zich liet die, onverschillig waar, als tolken des Florentijnschen staatmans optraden.

Sluiten