Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aankomt, doch slechts in enkele (zooals Der Gott und die Bajadere, Erlkönig, der Zauberlehrling) bereikt hij de kloeke epische breedheid van Schiller. Hoe staat «Johanna Sebus>, ondanks het verdienstelijk aan de werkelijkheid ontleend is, bijv. achter bij Der Taucher! Hoe schoon is dit vers in alle deelen:

Und sieh! aus dem finster flutenden Schosz Da hebet sich's schwanenweisz,

Und ein Arm und ein glanzender Nacken wird blosz,

Und es rudert mit Kraft und mit emsigen Fleisz.

Wie heeft dit e. a. schoone tafereelen niet uit Schiller behouden?

Een lied, dat den verrukten Beethoven bezielde tot zijn machtigst kunstwerk, karakteriseert Van Eeden: geslaagd voor een bier jool; aldus een Beethoven-bewonderaar! Was er dan geen goede Duitsche lyriek, dat Beethoven zoo met dit Schillersch lied dweepte ? Beethoven kende toch ook Van Eeden's grooten Goethe? Freudvoll undleidvoll, Clarchens lied ? Van Eeden stelt Shelley tegenover Schiller, maar Shelley zelf schatte den Duitscher zeer hoog, en achtte den tijd niet aangebroken om hem naar vollen eisch te kunnen waardeeren i). En een groot dichter, zeide Van Eeden, kan geen leelijk vers mooi vinden! Ook is het geheel onjuist, dat Goethe Schiller niet als kunstenaar, doch alleen als persoon, hoog stelde. Het is bijna ongelooflijk, dat zoo iets wordt neergeschreven.

Indien iemand gaat verkondigen, dat Van Eeden's werken hem den indruk geven van diens eigen dichtregels: «nu wou ik liever hier van daan, en slapen gaan, en slapen gaan» (deftiger: nu mocht ik liever hier vandaan), zijn Kleine Johannes een kinderachtig sentimenteel sprookje over konijntjes bij maneschijn, aandoenlijk vertellende glimwormpjes enz. enz., noemt, zal de schrijver met zulk oordeel tevreden wezen ? Die subjektieve (voor)oordeelen doen afbreuk aan het komen tot eene gezonde kritiek. Deze verlangt men niet meer in Nederland. Doch ook Bilderdijk, zal men tegenwerpen, miskende Schiller en maakte zich dus aan dezelfde fout schuldig. Maar nooit heeft hij zich aan een zijner eigen groote voorgangers vergrepen, en zijn verzoening met zijn Duitschen tijdgenoot in de Elyzeesche velden leze men in het proza van Geel.

Wat de poëtasters betreft, die op Bilderdijk afgeven, indien hij leefde, zou hij ze gelijk de vogel Roe met een vleugelslag verlammen. Doch «nu is Bilderdijk een lijk» geldt ook hier; Van Eeden sprak in navolging over kikkers, die in langen tijd geen ooievaar gezien hebben:

i) Zie Helen Richter's beroemd werk over Shelley.

Sluiten