Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo eindigt dit lied, een tegenhanger van Schiller's in eenvoudiger strofen gedichte Ritter Toggenburg.

Wij hebben hiermede Bilderdijk vergeleken met de twee andere (door de geheele wereld) gehuldigden: Rembrandt en Schiller, en voorts met den als ons dichterhoofd erkenden Vondel, en wij hebben gezien, dat hij, in geen enkele der aanhalingen, de mindere is i).

Make men goed, wat de laatste jaren aan Bilderdijk misdreven is. Laat ons niet alleen kosmopolitisch, maar ook Nederlandsch zijn. Ik koester voor Rembrandt onbedwongen vereering en voor mij is hij de grootste schilder die ooit geleefd heeft. Het is dus niets tegen hem gezegd, als ik opmerk, dat de taal nog immer nader tot de nationaliteit staat dan de verf, en wij voor onze schilderschool onze letteren niet moeten verzaken.

Burgers van wereldvolken, zooals Cervantes en Schiller kunnen ver in het buitenland geëerd worden, Bilderdijk slechts door zijn eigen landgenooten. Laat onze voordragers zijne gedichten ten gehoore brengen.

De herdenking in Parkzicht van 26 Maart 1906 is een protest geweest tegen den helaas nimmer uit te roeien drang, naar het schijnt allen volkeren en ook het onze eigen, om de kloekste geesten der natie te verbannen of te kerkeren en henzelf met geestelijke lamheid te slaan. Thans plukken wij de vruchten van Bilderdijk's energie en arbeidzamen genialen geest.

Het herdenken van een vurig vaderlander en hoogen voorganger, het verkeeren met zijn geest als met dien van een vriend en leeraar is vruchtbaar voor onszelf en sterkend voor onze eigen bewuste krachten. Het eeren zijner eerste mannen smeedt een volk samen tot een onoverwinnelijk geheel, bewijst dat het nog leeft en krachten heeft.

De 28* Maart is de geboortedag van den beroemden Comenius. Ieder jaar komt een deputatie van Comenius' landgenooten uit het verre rijk Bohemen en uit Amsterdam om in het kleine stadje Naarden. waar hij begraven ligt, zijn geboortedag te vieren, en hier in den vreemde zingen zij dan hun volkslied. Reeds dagen te voren komen die Tzechen uit Praag. In het stadhuis hangt o. m. een krans waaraan meer dan duizend kaartjes gehecht zijn. Ik vraag , zou zulk een geestdrift in Holland mogelijk zijn ? En toch, zulke geestdrift is zoo weldadig, zij spruit voort uit een ras, dat liefde bezit voor zijn geschiedenis, eerbied voor het werk zijner beste patriotten, vertrouwen in zijn toekomst, ondanks de moeilijke omstandigheden' waarmede het te worstelen heeft. Laat ons iets méér die Pragenaars tot voorbeeld nemen.

I) Een Nederlander, tijdens dat Bilderdijk ellende leed te Brunswijk, verontwaardigde zich over de tijdgenooten van Cervantes.

Sluiten