Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Heeft geonweerd op die waatren,

' Heeft gebliksemd langs dien vloed.

' Heeft gebliksemd op die stroomen I

Maar de dondervlaag verdween.

Vreugde heerscht laDgs veld en zoomen,

Alles ademt zalighêen.

Wind en luchtgeruisch verstommen.

Wijkt, o stranden I duikt, gij duinen 1

Legt het hoofd vol eerbied neer!

Bergen, buigt uw trotsche kruinen I

Hier stijgt Venus uit het meirl Venus, die het blank der golven Door haar zuiverheid verdooft I Venus, nog van schuim omdolven,

Maar met rozen op haar hoofd I

Met den schedel naar de wolken,

Drukt haar voet het waterblaauw,

En de schoot der glazen kolken,

Lijst haar in met zilvren daauwl Als een zuil van meirkristallen,

Stijgt zij uit den hollen vloed;

Golf en baar en branding vallen,

En de dolfijn kust haar voet.

Verrukkelijke zangen, het grootste genie van Nederland waardig. Hoe moeten wij Bilderdijk dankbaar zijn, die de groote overgang voor ons beteekent van de 17® eeuw naar de tachtigers, met zijn geweldige gestalte, met zijn volklinkende taal bijkans de geheele 19* eeuw beheerscht, die het Nederlandsch weer vruchtbaar heeft gemaakt voor duizend nieuwe denkbeelden en gevoelens en zijn schatkameren heeft verrijkt op zoodanige wijze, dat wij nog heden, in onzen waarlijk niet armoedigen tijd, veel uit hem zouden kunnen putten, indien wij hem meer wilden bestudeeren en lezen. Zij, die in weerwil van Vondel's roem, Bilderdijk tot den grootsten dichter van ons land willen uitroepen, steunen vooral op den ongemeenen rijkdom en schittering zijner taal.

Veel, zeer veel zal moeten gedaan worden, veel, zeer veel geschreven, gedacht en nagevoeld, vóór dat we een eenigszins bevredigend beeld van Bilderdijk als dichter, als denker en als geleerde, als genie, kunnen vormen. De Nederlanders meenden, dat zij met geesten als Vondel en Bilderdijk reeds afgerekend hadden en nu volkomen op de hoogte waren van hun beteekenis, doch in werkelijkheid zal het blijken, dat we thans

Sluiten