Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch de voorvechters en meesters, zij verrichten vaak hun schoonste daden als Thor in Jotunheim, onbewust en onwetend. De dondergod meende eenmaal een diepen beker niet uit te kunnen drinken, hij wist niet dat het de Oceaan was en door zijn dronk de ebbe ontstond; hij dacht een zware kat niet van den vloer te kunnen tillen, en besefte niet, dat het de al-geweldige Midgaardslang was, die zich reeds verloren waande; hij worstelde vergeefs met een oude vrouw, doch die bijna overmeesterde vrouw was de onoverwinnelijke Tijd; Thor zat beschaamd en ontmoedigd aan den disch neder en bemerkte niet, hoe de reuzen inwendig beefden. Zoo worstelt de verkoren kunstenaar met het noodlot en betracht het onmogelijke; in zijn hoogste worsteling voelt hij zich verslagen en zit beschaamd neder.

Klein dus en groot tegelijk is de waarachtige kunstenaar, klein door hetgeen hij zou willen verrichten, groot door hetgeen hij verricht heeft.

Luisteren wij hoe Bilderdijk verder zijn onderwerp bezingt en welke trekken hij aan zijn held toevoegt:

Hij zal een leeftijd met ons wonen,

En nooit een meerderheid vertooneu;

Ja, als zijn kennis ons verlicht,

Zoo schijnt hij 't slechts uit ons te delven,

En wij, wij danken 't aan ons-zei ven,

Wat we aan zijn Wijsheid zijn verplicht.

Doch koomt en kent hem meer volkomen.

Dan zal hij dat Gebergt gelijken,

Wier toppen altijd verder wijken,

Naarmate dat wij verder gaan;

En, moedloos na een reeks van jaren,

Zult ge alle denkbeeld laten varen,

Om ooit met hem gelijk te ttaan.

Men hoort het melodieus geluid van dit vers, welks rijzing ook even zacht als statig is, welks luister als met een wolk is bedekt. Voor zulk gedicht geef ik zelfs het beroemde De Zee van Kloos, al vergeleek van Noppen dit terecht met de grootsche muziek van Beethoven. De klank der woorden in Grootheid is niet zoo fel bewogen als in De Zee doch op de zachtlokkende tonen stijgt nochtans voor onze oogen een bouwsel schooner en machtiger dan de wallen van Thebe, door de kracht van Amfion's gouden lier verrezen, wijl het niet als die wallen beklimbaar en te verwoesten is.

In dit vers van Bilderdijk is het intellekt aan het woord, en hetintellekt

Sluiten