Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deez' ellenden Gaan volenden;

En, verpletterd wordt het juk.

Het is de ontroering van den dichter, die de visie schept, de profetie van een zijn boeien verbrekend Nederland, en deze visie bevrucht weder zijn ontroering tot een jubeling, zoo eindigt dit vers met een juichtoon en nog even schokt de gedachte aan zijn dood na.

Doch het spreekt vanzelf, dat daarom niet ieder vers uit direkt innerlijk gevoel ontsproten een ingewikkelden vorm behoeft. Een eenvoudige vorm kan hier vaak volstaan. Welk vers is heftiger dan: Aan den Hollandschen Wal, en welk is eenvoudiger van vorm? Het is als een rapier, dat recht door onze borst stoot.

Wij hebben Bilderdijk's dichterschap hier van verschillende kanten bekeken, wij hebben de stroomingen in zijn verzen onderkend door denking, ziening en gevoel ontstaan; wij hebben aanschouwd, hoe hij door zijn oorspronkelijkheid onze dichtkunst van haar banden bevrijdde. En laat ons, om zijn historische beteekenis verder te schetsen, het woord aan den dichter zeiven verleenen (de Kunst der Poëzij); hij beschrijft de kwalen, voor hij optrad.

Zoo zag ik menigwerv' een aantal waanpoêeten,

Op rijm en maat gespitst, ten rechterstoel gezeten,

Als Rhadamanten, met gerimpeld aangericht,

Hun hart verschansen voor den indruk van 't gedicht.

Gewapend met een' wal van Monens, Zewels, Stijlen,

De handen toegerust met liksteen, schaaf, en vijlen,

Het hoofd met wind vervuld, ziedaar den kring vergJard!

Hier voert gerechtigheid het onmeêdoogend zwaard,

Den looden evenaar, den blinddoek voor hare oogen,

En grabbelt, of de schaal moet dalen of verhoogen.

Megera slaat er bij, en zwaait, voor de ongeltoorts,

Het schrapmes in de vuist, en gloeit van wrevelkoorts.

Geen deernis, geen gend, voor 't minste rijmverbreken I Het vonnis van die Styx zal ieder vrijheid wreken.

Wat zeg ik, vrijheid? neen! ja, ieder valsche wet,

Die 't hindeilijk begrip aan taal en reden zet;

En elke schoonheid wordt, hoe edel, hoe verheven,

Gevoel en smaak ter spijt, gedoemd en uitgewreven!

Ach, Orfeus! voor dien throon had nooit uw wonderkracht De dierbre Euridice naar 't daglicht weêrgebracht.

Hier zag ik van der Waals, hier Bellamys bezwijken!

Hier, verzen uitgewischt, meer waard dan Koninkrijken,

Sluiten