Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

christelijk geloof, nauwelijks voor: wat Willem de Clercq hem later verweet en Da Costa « een schier onverklaarbare vreemdheid in zijne poëzie > noemde.» Een deel van Bilderdijk ontging hun.

Da Costa heeft verscheiden belangrijke studies over Bilderdijk geschreven. De mensch en de dichter W. Bilderdijk i) staat bekend als «het onbevredigendste aller boeken.» Ik merk hiertegenover op, dat over Bilderdijk nog geen enkel bevredigend boek werd geschreven, en de eerste biografie dit dus allerminst vermocht te wezen; Da Costa bracht er echter ook het zijne toe bij. Hij noemt zijn geschrift « geen biografie», doch « apologetisch en polemisch uit en naar den aard der zaak.» Het behoudt zijne waarde door de bijzondere mededeelingen van Da Costa, doch eischt strenge contröle. Omtrent Bilderdijk's kunst vinden wij slechts enkele flauwe begrippen; de aanhalingen zijn slechts ten deele gelukkig, en dikwijls roemt Da Costa verzen, die den toets der kritiek niet in hun geheel kunnen doorstaan, als Het wiel van Heusden, Urzijn en Valentijn, Het slot van Damiate enz.; in Bilderdijk Herdacht plaatst hij de Assenede, een der minst geslaagde, naast Goethe's Der Gott und die Bajadere. Vele van Bilderdijk's schitterendste uitingen zijn daarentegen niet genoemd zelfs. Da Costa zag geen gebrek in Bilderdijk's poëzie; alleen wat in zijn meening van het christelijk geloof afwijkt, gispt hij terloops doch glijdt er zoo snel mogelijk overheen. Dit is dus geen esthetische, maar een Dacostaansch-christelijke maatstaf; het is geen maatstaf, die met kunst iets heeft uit te staan. Het belangrijkste, wat Da Costa in dit boek over Bilderdijk's kunst zegt, ligt in deze twee zinnen: «De verdere voortbrengsels van 's Dichters lier uit het tijdvak, dat met de omwenteling van 1795 besloten wordt, zijn of het ware enkel eerstelingen, hoe rijk en rijp ook anders, van den lateren meer dan overvloedigen oogst; — eerste lijnen, zoo men wil, met reeds zoo vaste en geoefende hand getrokken op dat wijd uitgestrekte veld van poëzij, door Bilderdijk in allerlei richtingen gedurende meer dan een halve eeuw doorkruist en bearbeid» en verder: «Tusschen den Bilderdijk der achttiende en dien der negentiende eeuw is, bij onloochenbare eenheid der grondtrekken, evenmin ten aanzien vooral van innerlijken wasdom, ontwikkeling, en werkzaamheid, een zeer werkelijk onderscheid te miskennen.»

Veel belangrijker voor de kennis van Bilderdijk's kunst dan dit, met al zijn gebreken echter altijd beminnelijk boek, is Da Costa's hoofdstuk Bilderdijk Herdacht. Hier mocht hij zich vrij geven, en neemt zijn proza een heerlijke vlucht. Hij breidt den gezichtskring op Bilderdijk's poëzie

1} Verschenen 1859.

Sluiten