Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat als verouderd werd terzijde gesteld, door de belijders zeiven verloochend, ondermijnd, vernietigd, en met welks ondergang hij zich tevens den bodem voelde ontzinken, waarop voor hem het zelfbestaan der natiën, de onschendbaarheid van het huisgezin, de deugd der bijzondere personen rustte. Dat hij een ziener was, toen hij de oude aarde een industriëele onderneming geworden, en den ouden hemel ontvolkt zag, is een feit. Hoeveel hooger dan een Ferdinand de Lesseps verdient Bilderdijk niet aangeschreven te staan, die, toen de geheele wereld om hem heen van blijdschap juichte over de zegeningen van den dag; toen e schrandersten al het oude brooddronken prijsgaven, omdat zij een nieuw steunpunt meenden te voelen aangroeijen onder hunnen voet; toen eene vrees als de zijne kleingeloovigheid heette, verder zag dan al de anderen te zamen, en in de krachtigste klanken, welke onze taal ooit voortbragt, het toen levend geslacht heeft voorbereid op een onuitsprekelijk verlies?

De negentiende eeuw mist of een eigen stempel, of de jaarboeken van het nageslacht zullen van haar getuigen: «En het geschiedde in die dagen, at de menschen ophielden, aan de Voorzienigheid te gelooven.» Het zien verschieten dier ster is in de beste oogenblikken van Bilderdijk's leven de bron van zijn lijden, in de zwakkere de springveer van zijnen haat, in beide het onmiskenbaar teeken van zijne meerderheid geweest.» Het is te betreuren, dat dit niet het uitgangspunt van Huet's studies is geweest. In een hoofdstuk over Tollens betuigt hij nog, dat de dichterlijke nalatenschap van dezen bij den rijkdom van Bilderdijk vergeleken een poover figuur maakt. Waar deze laatste den geest der eeuw bekampt, vormen de krachten, die zich bij hem in het gelid scharen, een dicht aaneengesloten centrum. Zij hebben een rechter- en een linkervleugel, en zoo de veldslag gewonnen wordt, kan de dichter tot vervolging van den vijand over menig regiment kavallerie beschikken. Zijn blik omvat de geheele nieuwere maatschappij.

Ten Kate een der laatste en grootste uitloopers van Bilderdijk, minder krachtig dan Da Costa, doch fijner versificateur, wijdde een geheel boek aan deze twee figuren, Bilderdijk en Da Costa, hen steeds onderling vergelijkend. «Na velerlei kronkeling werden eindelijk die twee koninklijke stroomen tot elkander gebracht, om van nu voortaan naast elkaar, in verschillende bedding, maar in ééne richting, nu en dan min of meer van elkander afwijkend, maar toch telkens weêr tot elkander naderend, en loop te vervolgen naar de groote Zee, — werwaards alle golven gaan» i).

I) Ten Kat? ontleent deze beeldspraak aan een vers van Bilderdijk.

Sluiten