Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar de toppen der bergen, doorkruiste het gewolkte en doorrende in alle richtingen de sféren des lichts. De wijsgeerige poëzie van dezen meester was hem de volle lichtglans der schoonheid».

Bilderdijk vreest, naar onze meening, de overmacht der verbeelding, waarvan hij zelf soms te lijden had; hij ziet daarin een gevaar, waarop hij wijst, de verbeelding moet beheerscht worden. Elders brengt hij haar uitdrukkelijk de hoogste hulde, in het gedicht Aan de Verbeelding, dat Ten Kate onopgemerkt laat:

Gij, die in 't werkend brein met verw en klanken speelt,

't Voorledent t aan 't verstand uit ij dien damp herteelt,

't Onstoflijke overkleedt met zichtbre nevelwalmen,

En tastbre beelden vormt uit lichaamlooze galmen;

Verbeelding, welige aar, en vruchtbre moederschoot,

Uit wien, door 't hart bevrucht, dat nieuw heelal ontsproot,

Waarin, op vleuglen van zijn almacht rondgedragen,

De Dichtgeest zwiert en zweeft met Godlijk zelfbehagen,

En warelden vol glans hervoort roept uit heur graf!

Kom, houd me uw spiegel voor, en reik me uw tooverstaf!

Vergeefsch is 't dat de zang in zachte golving vloeie,

Ver geefsch, zoo 't warme hart van 't vuur der kunstdrift gloeie,

Ontbreekt gij, — Verw en toon ontleenen zich aan 't hart;

Gij schildert bij 't gevoel van d'aargeblazen Bard,

En stort uw beeldschat uit, en schept hem zonneglansen,

In wier bedwelmend licht de onzichtbre Geesten dansen En hupplen op 't gedreun der Luitsnaar, die de hand (Ontbreekt gij) zuiver grijpt, maar nooit volkomen spant.

En nog, hoewel niet zoo fraai:

Ja, uw kunstkracht is gevoelen,

Juist gevoelen, met een hart,

Dat, wat drift het door moog woelen,

Nooit het helder brein verwart.

Dat in vollen gloed aan 't vlammen,

Met zijn vlam verbeelding ziedt,

Dat zij dijk doorbruischt en dammen,

En door star en melkweg schiet.

Ook wijst Ten Kate erop, hoe de Grieken krachtiger vermogen hebben gehad op Bilderdijk dan op Da Costa. Niet de Vondels en Homerussen waren als bij Bilderdijk, Da Costa's idealen, hoe hoog hij hen wist te schatten, doch de Jesaias en Jeremias. Aan den anderen kant waardeerde

Sluiten