Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij De Lamartine, Tasso i), Shakespeare zeer veel meer dan Bilderdijk, hij kiest den meer oosterschen Aeschylus, Bilderdijk kiest Sofokles. Het Horatiaansche epikurisme stond Da Costa van den aanvang reeds tegen de borst. Da Costa is nog meer profeet en vurig boetprediker dan Bilderdijk. Hij was minder veelzijdig, minder volmaakt dichtkunstenaar. Bilderdijk keurde later af den Olymp «te grabbel» te smijten, nochtans bleef de oudheid het speelpopjen, dat hij niet missen wilde. Doch hij gaf niet meer de namen alleen, hij verzinnelijkte de goden. Naast Mozes prijkt bij hem Apollo, naast het Paradijs de Paraas. Hij kon de Oranjevorsten niet bezingen, zonder «Klio» aan te roepen in «Pindus dal» of op <Hermus steilen top», en in prins Maurits een <Mavorsloot» te begroeten, die, ofschoon <zich koestrende in Cytheres schoot, in Junoos heilige echtpriëelen geen zonen tot zijn roem mocht teelen.»

Voorts wijst Ten Kate hierop: Men kan het niet ontkennen, terwijl Bilderdijk's geest en vorming zijn fantasie bij voorkeur terugvoerden naar de tijden van ridderschap en ridderdeugd en kracht, heeft hij voor de schoonste gebeurtenissen van onzer vaderen tijd, die van de opkomst en den bloei onzer Republiek, voor de Helden van de zestiende en zeventiende eeuw, niet veel meer over gehad dan een paar liederen en de bijschriften op de Vorsten van Oranje. Da Costa heeft in zijn laatsten zang de overwinning bij Nieuwpoort verheerlijkt in een stroom van prachtige verzen, die, nevens die van de Hagar, misschien de volmaaktsten zijn, die immer zijne pen ontvloeiden.

Bilderdijk heeft alle dichtsoorten beproefd. Niemand zal beweren, dat hij in &lle evenzéér is geslaagd. Waar Da Costa, om zoo te zeggen, de zoon Jakobs is, die zijn lastdier bevracht met ééne zelfde, maar dan ook kostelijke waar, koren uit Egypten voor den honger van Kanaan: daar is Bilderdijk een Salomo, wiens schepen van Tarsis komen en ruimte genoeg hebben, niet alleen voor goud en zilver, maar ook voor apen en pauwen.

Van de Bilderdijksche poëzij mocht Neerland's improvisator getuigen:

Dat grootsch geheel, alom in stukken afgebrokkeld,

Is één in oorsprong, één in wording, één in doel.

bij Da Costa, bij minder veelvuldigheid, is geen verbrokkeling: de muren staan, de pilaren dragen het dak naar den hemel; de steenen zijn saamgegroeid.

De gedichten van Da Costa zijn immer menschelijke gedaanten, ademend, bewegelijk en levenswarm, ofschoon dan ook niet vrij van de oneven-

I) Bilderdijk geeft Tasso toch hoogcn lof, zie: Het Hollandsch.

Sluiten