Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan weer zijn losgelaten duivels bergen hoog opstuwend, trotsch en fier met hare zilveren kruin blinkend in het zonlicht.»

Hij staat voor ons als een vulkaan, die onophoudelijk in de diepte gromt en schudt, en telkens zijn rug opscheurt, nu eens een benauwenden zwaveldamp of verschroeienden aschregen uitstootend, dan weer een verblindende vuurkolom doende oprijzen, zilver, goud, diamant en geheele rotsblokken in de lucht slingerend. <Een dwaling» zegt de hoogleeraar De Vries terecht «een dwaling van Bilderdijk is geestrijker en verheffender dan al de wijsheid van zijne bedillers tezamen.»

Wat waren Bilderdijk's ideeën ? Vrijheid .... f Hij zag in de stoffelijke wereld nergens vrijheid, maar overal vaste en onverbiddelijke wetten, die gehoorzaamheid eischten. Gelijkheid .... ? Alles in hem verzette zich tegen

die nivelleerende gelijkheid. Broederschap ? Bilderdijk was op de

broederschap der menschen niet gesteld. Bazel niet over broederschap! Raaskal niet over gelijkheid! Geef hem muilprang voor dat wilde dier. Hij gruwt van de wereld, hij haat het krachtloos gewriemel der menschen. Als Prometheus aan de rots geklonken, worstelt hij met de kracht van een Titan om zich aan zijn boeien te ontscheuren en het hem benauwende nachtspook des levens zich van de borst te schudden. De poëzie troost hem, het geloof verlost hem. Hij treedt de wereld met den voet en vlucht met zijne idealen naar het zalige rijk der onsterfelijkheid. Noem dit nu een redmiddel der wanhoop, 't was een redmiddel dat vóór hem reeds door een Pascal, een Bernhard van Clairveaux, een Augustinus, een Paulus, een Buddha was aangegrepen. Zeg, dat het ten slotte alle opgewekte arbeidskracht met doodelijke verlamming slaat, maar misken toch de stoutheid eener gedachte niet, die in naam van de oneindigheid van den geest, de onschendbare heiligheid van het zedelijk ideaal, der wereld haar handschoen in het aangezicht slingerde; die de sombere schaduw van Golgotha wierp over de bloeiende wereld van het grieksche humanisme, en zelfs Hellas, het luchthartige, aesthetische wereldkind, dat te vergeefs de dorheid en de armoede van zijn innerlijk leven achter een ruiker van kunstbloemen trachtte te verbergen, als een boetende Magdalena het hoofd deed buigen voor de bleeke gestalte met de doornenkroon i). Zeg, dat zulk een levensbeschouwing éénzijdig en ongezond is, ik zal het niet weerspreken, maar laat het aan oppervlakkige protestanterij en niet minder oppervlakkige humanisterij over, de grootheid te miskennen van eene gedachte, die duizend jaar lang de grootste geesten heeft geboeid, die het genie van

I) We kunnen echter lastig betuigen, dat bijv, Sofokles een luchthartig wereldkind was, of Sokrates,

Sluiten