Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het overige kan slechts een kader zijn. De biograaf zal dus het kronologisch gezichtspunt èn moeten vasthouden èn artistiek hebben te omsluieren. Bilderdijk's inwendig leven zal de hoofdzaak moeten blijven. Een biografie van Bilderdijk moet óf niet zijn, óf een indruk achterlaten van liefde, van verontwaardiging, van tragische ontroering, van wat gij wilt, maar een indruk die onuitwischbaar is. Deze eisch van Pierson is billijk. De Nederlanders weten eigenlijk niet recht, wat zij met Bilderdijk moeten aanvangen.

In het hoofdstuk Bilderdijk als student had Kollewijn langer moeten stilstaan bij den bundel Mijn Verlustiging, om ons op de hoogte te brengen van wat Bilderdijk was als student. Ook een ethische waardeering van Mijn Verlustiging; de overweging van de vraag naar het recht der zinnelijkheid in de kunst, waar blijft zij?

Mede ten aanzien van de tweede periode, de dertien jaar in den Haag, is al het uitwendige met groote vlijt bijeenverzameld en even duidelijk als onpartijdig voorgesteld. Doch het is of Kollewijn opzettelijk de gelegenheid heeft vermeden, om zijn held in een eenigszins belangwekkend licht te plaatsen. Deze honderd bladzijden loonen de moeite van het schrijven niet.

De kunst van overgangen maken, ontbreekt eveneens aan Kollewijn. De bespreking van de twee erotische Bundels eindigt met de stelling, dat Bilderdijk's Verrukking «stellig reeds vóór het huwelijk van Catharina Rebbecca gedicht (wij mochten het eens vergeten), de zinnelijkste misschien, maar ook de schoonste van al Bilderdijk's minnezangen is.» Deze verzekering is van dezelfde soort als de hierboven vermelde, volgens welke er twee gewaagde gedichten «prijkten» in den bundel Mijn Verlustiging. De twee uitspraken zijn voor mij even onbegrijpelijk. Als het waar is, dat het gedicht Verrukking zoowel de schoonste als de zinnelijkste minnezang is van Bilderdijk, moet sterke zinnelijkheid onfeilbaar behooren tot de schoonheid van erotische dichtkunst. Wat is dat voor een esthetiek, die in een gegeven dichtsoort het hoogste schoon bereikbaar acht ten koste van iets dat het zedelijk gevoel op prijs stelt; of ook: wat is dat voor een zedelijk gevoel, dat, als het gekwetst is, in ons gemoed plaats laat voor bewondering van iets moois! Ieder die zich inlaat met kunstkritiek moet tot klare bewustheid komen van zijn bijzondere meening, opdat hij den moed hebbe te schrijven, of: Verrukking is een leelijk gedicht, want het is zoo zinnelijk; of wel: Verrukking is de zinnelijkste en dus de schoonste van al Bilderdijk's minnezangen. Twee eigenschappen kunnen niet in zeer hooge mate het deel van iets of van iemand zijn of die twee eigenschappen moeten beide gelijkelijk hetzij prijzens- hetzij

Sluiten