Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanblik wekt zijn hooge gestalte ontzag; maar nauwelijks staart men op zijn gelaatstrekken of men is voor goed ontgoocheld. Nog geheel gezwegen over Da Costa's beoordeeling van zijn meester als mensch.

Bij het bespreken der gebreken van Da Costa's boek, vindt Van Hoogstraten tevens gelegenheid, eenige beteekenisvolle uitweidingen ten beste te geven.

Bilderdijk's poëzie is bij al het bruischend gevoel, dat haar doorstroomt, in hooge mate verstandspoëzie. De zanger der Eerste IVareld duldde niets neveligs in zijn denkbeelden. Het dichterlijke woord moest als werktuig zijner kunst heldere, volle en grootsche gedachten vertolken. Maar juist daarom moet de lezer van Bilderdijk's dichtwerken óf door eigen studie óf door de aanwijzing van anderen in staat zijn gesteld, om zich met vruchtbaar genot in des dichters voortbrengselen te vermeiden. Om slechts dit te noemen, men kan geen enkel vers, waarin Bilderdijk de taal bezingt, volkomen begrijpen, zoo men niet weet hoe hij de wording der taal placht te verklaren. Hoe zal men hem dan volgen in zijn, om het dus uit te drukken, metafisische gedachtenvlucht, zoo men vreemdeling is in zijn wijsgeerige ideeënwereld? Wie een groot dichter leest, moet ieder oogenblik vuur en licht uit zijn eigen denkbeelden kunnen slaan. Dat wist Da Costa ook wel; hij had het als kritikus nooit moeten vergeten. Wat beteekenen eenige klachten over de miskenning van Bilderdijk's dichtergenie, als men geen vruchtbare pogingen aanwendt om daaraan een einde te maken?

Van den aanvang af voldeed Bilderdijk de school zijner klassiek gewaande voorgangers niet. Zijn dichtschoon is boven die verouderde onderscheiding van 't klassieke en romantieke verheven. Het is een schoon van alle tijden, dat zich, in allerlei dichtsoort, in de rijkste mate bij hem openbaart. Bilderdijk gevoelde het zoo diep: «Die dichter steeds zijn eigen gids, stapt in geen anders schreden.» Bilderdijk heeft zich zeker meer dan een onzer vaderlandsche dichters in de school der klassieken gevormd; maar de zelfvorming van een krachtigen kunstenaar bestaat slechts voor een zeer gering deel in lijdelijk aannemen. Zij beschikt in haar eerste werking reeds over een gebiedende kracht. Slechts in zijn uitgave van het epos toonde Da Costa dit te weten.

Van velen der schoonste lierdichten van Bilderdijk wordt door Da Costa met geen woord melding gemaakt! Wat denkbeelden van allerlei aard en gestalte, van allerlei houding en zwier doorkruisen in die gedichten elkander; vieren triomfen en glansende zegepralen of rennen in stormende vaart naar den slag; zingen krijgsliederen en jubelhymnen of knielen aanbiddend neer in het stof.

Sluiten