Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in zijn ballingschap schrijft hij: «In Engeland maakte hij uitgelezenedichtstukken, die hij nu eens een satijnen Fransch gewaad, dan weer een fluweelen Engelsch kleed, dan ook een damasten Nederlandschen mantel aantrok. Dat alles kostte hem evenveel.» En over zijn dichtkunst in het algemeen: «Er ligt in zijne dichtgave zooveel verheffing, zooveel grootheid, zooveel uitgebreidheid, zooveel verscheidenheid; zijn strenge en gekuischte vorm omgeeft eene zoo mannelijke, edelmoedige gedachtengreep, dat men zich verrukt, weggesleept, weggevoerd voelt, onder zijnen adem, naar die onbereikbare hoogten, waar zijne kunst zich t'huis gevoelt gelijk de arend, waarvan zij den vleugelslag en de kracht bezit. Taal, gedachte, smaak en versbouw, alles is bij hem even schoon en machtig.»

Nu wijs ik er nog op dat de in dit hoofdstuk behandelde critici geen van allen geloofsgenooten van Bilderdijk waren, doch allen, ook Kollewijn, door het wijsgeerige zijner poëzie krachtig werden aangetrokken.

VII.

De modernen.

En wat zouden van dit alles, moeten wij nuchter vragen, wijl wij ons tot eenige nuchtere besprekers van Bilderdijk's poëzie wenden, wat zouden van dit alles de tachtigers zeggen? Tronend op hun olympische hoogten veroordeelen en verdoemen zij, naar hun gril of hun beperkte wijsheid hun ingeeft. Zelf geniaal, zijn zij niet in staat geweest een grooter genie te begrijpen, en ook dit niet begrijpend, hebben zij Bilderdijk gebrandmerkt en veroordeeld. Wij zouden hun uitspraken minder storend achten, indien zij niet door honderden anderen gedachteloos nagesproken werden, indien hun ageeren tegen Bilderdijk zich niet in zoo wijden kring deed gevoelen. Als zij naast den hoogmoed van Multatuli in den zin van <moed om hoog te staan» tevens naar den «ootmoed» hadden willen streven, dien Vondel eischt, niet alleen hun dichtergaven zouden zich schooner en voller ontwikkeld hebben, doch ook hun oordeelen zouden ongelijkbaar meer waarde voor ons bezitten. Zij zouden ook niet ten opzichte van Bilderdijk op dat eenzijdig standpunt zijn gaan staan, dat nooit Bilderdijk, doch alleen hun tot schande strekt. Zij zouden niet die heillooze verwarring hebben doen ontstaan, die thans het kenmerk is der Nederlandsche kritiek. Zij zouden, in één woord, niet de onbetrouw-

Sluiten