Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bare gidsen zijn geworden, die zij thans zijn. Op welke gidsen, oude of nieuwe, kunnen wij ons thans verlaten?

De fouten der tachtigers zijn voor een groot deel het product der fouten van Huet en Multatuh. Welk een, vaak ongetemperde, lofspraak heeft t niet van hen genoten, in het bijzonder van Kloos, die hem <den koning der Nederlandsche kritiek> noemt (I, 61, opstel over Knoppers)men bepjpt, dat op deze wijze de kritiek de overmachtige is geworden van' de poezie. Huet's gebreken worden zelfs verontschuldigd, waar zij gezien worden. Van Multatuli heet het: «Hij was 't, die ons toonde, in de concrete bestraffing van Bilderdijk's gehaspel, dat een honderd jaren van letterlievende vereering nog geen onomstootbaar voetstuk behoeft te zijn bij het nageslacht, Over Bilderdijk spreekt Kloos op talrijke plaatsen en waarschuwt telkens en telkens, dat Bilderdijk geen dichter is. Men moet zelf, als knaap, zegt hij, onder de bedwelming zijn geweest van de rollende woorden-rommeling den ratelenden rijmenvloed der <Ode aan Napoleon,, om later met volle bewustheid te kunnen gevoelen, hoe ontzettend grof en allerjammerlijkst onontwikkeld de Bilderdijksche rhytmiek is, (I, iS9, over Pol de Mont) Nochtans versmaadt Kloos het niet diezelfde Ode te hulp te roepen tegen Knoppers (I, 65). Hij wraakt op zulke wijze zijn eigen kritiek. Een ethisch bewijs, dat deze Ode een vers is, klassiek van schoonheid vinden wij in de eigenschap, dat het grootste deel van het gedicht op dè voortreffelijkste wijze ons motto's en gouden spreuken verleent. Reeds in de aanvangsstrofe acht van de tien regels; eerst zegt hij statig:

't Heelal zij 't erfdeel van den degen,

De roem is de edelste oorlogsbuit.

en daarna breidt hij dit verder uit; vergankelijk is de faam, onsterfelijk de lof door de dichtkunst:

Laat d' ijdle faam uit duizend monden De daden van een Held verkonden,

Zij schenkt de ware glorie niet;

De onsterflijkheid der aardsche goden En 't ambrozijn hun aangeboden,

Is d' adem van 't betoovrend lied.

De volgende strofe geheel.

Onze Nederlandsche letterkundigen en schrijvers denken er echter niet aan te putten uit het rijke materiaal, dat ze bij onze dichters kunnen vinden • liever spelen ze leentje-buur, dat staat deftiger en pakt meer. Wie zou' wat willen zoeken uit het vuilnis der Nederlandsche literatuur? Zoo doet

10

Sluiten