Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op zichzelf reeds noodig voor de naar idealen strevende kunstenaars, staat oneindig veel hooger dan het caricaturen maken van eerbiedwaardige dooden. En hiermee wenschen wij den schrijver geluk. Doch er is naar onze meening nog te veel beperking in Postmus' liefde, bewondering en waardeering voor den dichter; ik durf het beweren, al zal de schrijver er vreemd van opzien. Postmus noemt zich met fierheid calvinist. Het is dit calvinisme, dat Postmus in Bilderdijk terugzoekt; wat buiten dien eigenlijken gezichtskring ligt, heeft voor hem slechts zeer betrekkelijke waarde. Het is wat vele calvinisten met hem gemeen hebben. Het is hun een genieting, dat Bilderdijk een groot taalvirtuoos was, dat hij in zoo veel genres heeft mogen uitmunten, hun gevoel naar mededinging met andersgeloovige grootheden wordt bevredigd door het feit, dat Bilderdijk zoo knap was, dat hij uitmuntte in dit vak en in dat vak, in wetenschappen en kunsten, waarvan zij meestal zelf geen begrip hebben, opdat zij kunnen getuigen: onze Bilderdijk was groot. Doch wat zoeken zij voor zichzelf in hem? Immer en immer weer: den calvinist, niet den dichter, niet den prozaschrijver, niet den geleerde, niet den wijsgeer, doch in proza en poëzie: den calvinist, de hoogste uiting voor hen van den calvinist. Wat daar buiten ligt wordt verheven, omdat het door Bilderdijk is geschreven, hun waarachtige liefde treft het echter niet, het geniet slechts een bijkomstige sympathie, die van buiten aangewakkerd moet worden om hun de volle grootheid van hun held te doen begrijpen. Hun esthetische maatstaf lijdt hier ook vaak onder. De Rotterdammer publiceerde om de gedachte aan Bilderdijk te verlevendigen iedere week een vers van Bilderdijk. Wat was het? Natuurlijk immer een «stichtelijk» vers. Alsof schoonheid, alsof wijsheid niet sticht! Sticht een bloem niet, zou alleen een preek stichten? Of stelt een calvinist zich een bloemeloos paradijs voor? Een roos stichtte Dante zoo, dat hij het Heilige der heiligen in hare gedaante afmaalde. Wij wenschten wel, dat de calvinisten wat meer aandacht konden schenken aan wat hun niet de meest onmiddellijke bijbelvertolking toelijkt. Anders zal een niet-calvinist zonder twijfel veel meer en veel fijner kunnen genieten van Bilderdijk's verzen.

En ziet eens, hoe soms de heiligste aandoeningen van den dichter slechts even een schijn van sympathie vermogen te verwerven. Over de Geestenwaereld sprekende, zegt Postmus: «Bilderdijk is achttiend' eeuwer. Hij droomt zich, als zijne tijdgenooten, zijn geestenwereld. Wel tracht hij die geestenwereld in contact te brengen met zijne gereformeerde beginselen, maar er behoort geen fijn oog toe om te onderscheiden, dat het eene weefsel nauwelijks past bij het andere. En toch: op ''den keper, neem het nu maar eens in letterlijken zin schier, speurt ge ook hier liefde, enkel liefde. En

Sluiten