Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX.

Strijdrumoer.

In het jaar 1906 is er weder veel over Bilderdijk geschreven. Het is ons onmogelijk al die verschillende artikels en opstellen te bespreken. Wij bepalen ons tot eenige hoofdgebeurtenissen in die Bilderdijkliteratuur. De huldiging van den dichter door een breede schare heeft gunstigen invloed uitgeoefend. Het trekt vooral de aandacht, dat Willem Kloos een bloemlezing heeft uitgegeven met een voorafgaande studie. Wij hebben boven duidelijk laten zien. hoe Kloos' vroegere houding tegen Bilderdijk was.

Zijn standpunt is veranderd, doch hij doet het voorkomen of dit niet alzoo ware. Om dit, alsmede de uitwerking van zijne vroegere kritieken en de historische wording daarvan uit Huet en Multatuli, nog eens helder in het licht te stellen, haal ik iets aan uit een kritiek op mijn bloemlezing, verschenen in De Kroniek, welke een zeer natuurlijke schakel vormt in de kritiek, en naar wij hopen een der laatste stuiptrekkingen vertolkt der Bilderdijk-verguizing. Alléén om die reden doen wij de aanhaling, die overigens geen opmerking verdient. De schrijver, die zich verbergt achter de letters A. IV. K, en iemand die immer met open vizier streed, nochtans onbegrijpelijk met den naam van een literaire Jack the Ripper wou betitelen, schrijft o. a. het volgende in dit onwaardige, doch zeker de heftige gevoelens van verscheiden broeders vertolkend stuk:

«Men had den ouden Bilderdijk toch maar liever in z'n graf met rust moeten laten. Zeker, onder de diverse Grootvorsten onzer letterkunde, is deze naargeestige zuurling wel het meest gepraedestineerd èn als mensch èn als dichter de spotzucht van 'n ontaard nageslacht ten prooi te vallen, en ik neem het den heer van Kiring dan ook in 't minst niet kwalijk, dat hij zich geroepen voelt het feestvarken in spe eens 'n beetje in het ootje te nemen. Waarlijk het is meer dan diep-treurig, dat een man als V. E., een onzer wakkerste bloemlezers en literatuur-bekeuvelaars, niet de kracht had zijn perverse neiging tot het sollen met dezen dooden dichter te bedwingen. Is er eenig maatschappelijk of individueel belang, dat het afmaken van een lijk wettigt? Heeft niet Multatuli hem indertijd al 'n bijna doodelijken trap toegediend, en hebben de tachtigers hem niet definitief begraven en uitgeluid? Waartoe zou het dienen dat nog eens over te doen? Zijn er menschen met eenigen smaak, die hun tijd door de lektuur van zijn werken misbruiken ? Ik heb ze nimmer ontmoet en hun existentie schijnt me meer dan twijfelachtig. Wordt hij bovenmatig

Sluiten