Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kundig door critici behandeld (o. a. Het Leven door Dr. H. C. Muller in zijn beoordeeling en andere verzen door Carel Scharten in zijn Gids-studie).

Nog twee verrassingen bracht deze bloemlezing, en het lage gemiddeld peil onzer kritiek kwam er weer door aan het licht. Ik wenschte alleen oorspronkelijke gedichten van Bilderdijk te kiezen, doch door de onvolledigheid van de lijst der vertalingen, deel XV Kruseman, slopen twee vertalingen in. De Ode aan de Deugd bleek mij later een vrije navolging van een beroemd paean (op Hermias) van Aristoteles. Welnu, dezelfde anonymus in De Kroniek beschimpte dit vers: Wie leest er tegenwoordig nog een ode op de deugd! Adel, deugd en waarheid in kritiek worde dan ook niet meer gevergd.

De tweede vertaling was het versje Het Genieten. Ik vond dit korte, maar fijne vers in de fragmenten; daar het niet als vertaling stond aangegeven, hield ik het voor oorspronkelijk. Ik oordeelde, dat alleen een titel eraan ontbrak om het geen fragment meer te doen wezen, doopte het: Het Genieten, en nam het door mij bewonderde lied in de bloemlezing op. Te laat bemerkte ik, dat het niet oorspronkelijk was. Dit nu was ook bekend aan den heer K. Verhaegh Jr. Hij beoordeelde in de Spectator (ï Dec.) mijn bloemlezing gunstig, doch omtrent Het Genieten schreef hij: < Een paar opmerkingen meenen wij toch in het midden te moeten brengen. Zoo wijzen wij allereerst op de mishandeling van het gedichtje « Genieten » op blz. 70. Het is waarschijnlijk uit het geheugen opgeschreven, maar dan vragen wij, hoe de verzamelaar, zelf toch ook dichter, aan zulk taal- en vers verknoeien komt. De titel van het oorspronkelijke is: c's Levens eerste Lust»; zie Dichtwerken XIII; er had ook bij vermeld mogen worden, dat het een vertaald gedichtje van Honorat de Beuil de Racan is.»

Wat is nu het geval? Bilderdijk heeft hetzelfde versje tweemaal vertaald. De heer Verhaegh kent niet de vertaling, die in de fragmenten werd afgedrukt (waarschijnlijk in de overgebleven papieren van Bilderdijk gevonden), doch kent wel die in Deel XIII, blijkbaar de eerste. Ik daarentegen, alle vertalingen bij mijn keuze overslaand, merkte die eerste vertaling niet op, en belandde bij de tweede, veel rijpere. Deze was niet gedateerd en plaatste ik haar op goed geluk af omstreeks 1808. Doch zij moet later gemaakt zijn, want de eerste is van 1810. Ziehier die in Deel XIII:

's Levens eerste lust.

In d'eersten opgang onzer dagen Is 't alles louter welbehagen

Wat ons het lotgestarnte zendt;

't Is dartlen, weelde, minnekozen I Geen doren groeit er aan de rozen Bij 't bloeien van des levens Lent'l

Sluiten